Ik ben niets en tegelijk alles.
Ik ben niemand en tegelijk iedereen.
Het totale bewustzijn is het aanvoelen van de ander en hem daardoor Zijn.
Begrip voor zijn manier van Zijn is Liefde. Mededogen.
Ik ben C.
Ik ben B.
Ik ben I.
Ik ben O.
Ik ben N.
Ik ben S.
Ik ben V.
Ik ben...
Ik herken mezelf in zij die mij Zijn.
Zij herkennen zichzelf in mijn Zijn.
Wij zijn elkaar en daardoor de totale Liefde.
De Liefde houdt op daar waar we denken een afgelijnd Zijn te zijn.
Een Zijn dat zich kan afzetten of afwenden van de ander.
Daar waar we onszelf ontkennen als alles/niets en niemand/iedereen.
Liefde voor het Alles is liefde voor Iedereen. Voor de lichtwezens des te meer.
Liefde is begrip.
Begrip is liefde.
Het bewustzijn is niet nadenken.
Is licht zijn.
Is niets zijn.
En tegelijk Alles.
Innerlijk brandend, rustig vuur.
Het bereiken van de extase via het lichaam is de triomf van het niet-denken.
Het uitschakelen van het verstand.
Het louter lichaam, louter energie, louter bewustzijn zijn.
Zou het kunnen zijn dat enkel grote ego's naar deze vorm van bewustzijn kunnen streven?
Wat zij die gewoon Zijn voelen niet de noodzaak zich te ontdoen van een Ego.
Wat er niet is, kan niet worden tenietgedaan.
Dat zoveel oefening kruipt in het fnuiken van het Ego bewijst des te meer hoe groot het Ego is.
Misschien kan slechts de immense energie die een immens Ego vraagt en maakt,
worden omgezet in een immens energieveld, een immens bewustzijn.
Geaard blijven
in goedheid, genegenheid en rust.
Tussen alle dwalers
kan mij niets raken
behalve de Liefde
van zij die samen met mij
hebben gevonden
De weg van het hart naar het hoofd.
(22 juni 2010 na E. Tolle: dwaalgast af?)
donderdag 24 juni 2010
woensdag 23 juni 2010
Jij II
De geur van de ochtend, een innige verstrengeling en gevleugelde zinnen.
Maybe this is the closest I will ever get to luck.
Maybe this is the closest I will ever get to luck.
Labels:
feuilles volantes,
notities,
sensitiviteitjes,
trivialiteiten
Jij
"Jij mag niet meer bestaan uit pijn", zei hij, "jij moet bestaan uit liefde en kunst."
En zij had weer een zin waar ze een hele dag kon op teren.
En zij had weer een zin waar ze een hele dag kon op teren.
donderdag 17 juni 2010
Definitie
En als het nu eens heel eenvoudig was?
Liefde is: elkaar mooier en evenwichtiger maken.
En, oh ja, het vrijwaren van elkaars kern.
Liefde is: elkaar mooier en evenwichtiger maken.
En, oh ja, het vrijwaren van elkaars kern.
Labels:
amour,
feuilles volantes,
notities,
trivialiteiten
maandag 14 juni 2010
De Lege Plek
"Er was alleen de hoedanigheid van het meebewegen naar de hoogst menselijke ervaring. (...) Je kan zonder iemands opdracht een algehele kalmte betreden door gedrag. Je kan zonder iemand er iets van te vertellen, doorgroeien naar een ingedaald lichaamsbewegen, een gestueel verfijnen van een gesmaakt wegraken, op naar die nutte onnutte manier van zijn. (...) Het lege vertrek, de ruimte vrijhouden, die afgezonderdheid waarin het zich kan voordoen, dat is doordrongen zijn.(...) Het gaat erom de geest van tekenen in je tekenruimte uit te nodigen zodat je in staat bent te handelen naar diens natuurlijke ritmes, haar wetmatigheid. Die gehoorzaamheid aan groeien in "al-één-zijn" bevrijdt. Doe de grendel op, minder de verwarming zo je voeling krijgt met die stookplaats in je buik en teken vanuit dat onderkomen. Zo'n diep-gevoed binnengaan, de kluizenaarsuitstapjes naar je open woonterrein, zorgen ervoor dat maatschappij, cultuur en sociale verwachtingen onbelangrijk voor je worden. (...) Gewoon stil in de dag zijn, is er niet meer bij. Een met de planten weten dat de stilte niet stil is, maar een weldadig bad bemiddelende kracht tussen sterrenplasma en de energiek kalme verandering in je lichaamshouding, leidt tot een steeds verdere terugtrekking in het onbedoelde. Teken onbedoeld.(...) De rest stelt altijd weer teleur. Zo'n vloerkleed tekeningen, die oude witgekalkte bakstenen muren, dat licht... dat is waarlijk genoeg. Hier ademt een bijtijds stoppen. Na enkele jaren afzondering leg je die mensenkunst te vondeling. Dat afgeschermd zijn van anderen heeft de tijd terug teniet gedaan. Onteigend van alle voorwerk ervaar je de nooit verlaten kloostertuin. Bij de varens beweegt nog steeds die nauwelijks merkbare melodie en uit de mond van de tekening inkt haar heldere, wijdse kalmte..." (Luc Minne)
Labels:
citaten,
de weg,
poëzie,
schilderingen,
silence,
spiritualiteit,
studies,
tekeningen,
zielsverwanten
vrijdag 11 juni 2010
Beweging
En dat het niet eens over de liefde ging. Of over twee mannen. Maar over de weg van rust naar lust, en weer terug.
Bevrijd (en toen werd ze waanzinnig)
1) Het verstand is niet het bewustzijn. Ik ben niet mijn gedachten en gevoelens.
2) Ik moet niet iemand zijn. Ik kan gewoon zijn. Ik ben bewustzijn.
3) De buitenwereld is onbelangrijk en een bron van frustraties.
4) Het Ego is het denkbeeldige ik dat vecht met de ziel, het bewustzijn dat verbonden is met de aarde en de anderen.
5) Alles draait om schoonheid, stilte en meesterschap.
6) Het verleden is je leermeester en de toekomst bestaat niet.
7) Kunst, creativiteit en inventiviteit zijn de mooiste uitingen van onnadenkendheid, de ratio voorbij.
8) Wat zij liefde noemen is dat niet. Ware liefde veroorzaakt geen pijn en heeft niets te maken met narcistische bevrediging.
9) Wie vreugde vindt in zichzelf, verliest zich niet in plezier.
10) Kijk niet neer op zij die dwalen, maar wees een stille waarnemer en een baken van rust.
Na(cht)gedachten bij de lectuur van Eckhart Tolle - 1u30.
2) Ik moet niet iemand zijn. Ik kan gewoon zijn. Ik ben bewustzijn.
3) De buitenwereld is onbelangrijk en een bron van frustraties.
4) Het Ego is het denkbeeldige ik dat vecht met de ziel, het bewustzijn dat verbonden is met de aarde en de anderen.
5) Alles draait om schoonheid, stilte en meesterschap.
6) Het verleden is je leermeester en de toekomst bestaat niet.
7) Kunst, creativiteit en inventiviteit zijn de mooiste uitingen van onnadenkendheid, de ratio voorbij.
8) Wat zij liefde noemen is dat niet. Ware liefde veroorzaakt geen pijn en heeft niets te maken met narcistische bevrediging.
9) Wie vreugde vindt in zichzelf, verliest zich niet in plezier.
10) Kijk niet neer op zij die dwalen, maar wees een stille waarnemer en een baken van rust.
Na(cht)gedachten bij de lectuur van Eckhart Tolle - 1u30.
Pijn
"En elk plezier of emotioneel hoogtepunt draagt de kiem van pijn in zich als zijn onafscheidelijke tegenpool, die zich na verloop van tijd manifesteert. Iedereen die wel eens drugs heeft gebruikt om high te worden weet dat op de roes een kater volgt, dat het plezier in een vorm van pijn verandert. Veel mensen weten ook uit ervaring hoe makkelijk een persoonlijke relatie een bron van plezier kan veranderen in een bron van pijn. Vanuit een hoger standpunt bekeken zijn de positieve en negatieve polariteiten de twee zijden van een en dezelfde munt, zijn ze allebei onderdeel van de onderliggende pijn die onlosmakelijk verbonden is met de met het verstand geïdentificeerde ikzuchtige toestand van het bewustzijn."
(Eckhart Tolle)
(Eckhart Tolle)
Labels:
citaten,
de weg,
knipsels,
nachtgedachten,
spiritualiteit
woensdag 9 juni 2010
A party
(gedicht van een vriendin)
Skuins-skaam stappies, grasgroen voete, komberse en flakkerende kerse;
skaterlag deur bome, struike en velde, koue flesse en aangee kelkies;
onbekende blikke, ‘n sagte nuwe streeling,
dronk-dronk grappies en lang gesprekke;
hoe hakke, lang hare, kaal skouers en ronde borste,
fotos van gesigte onder ligte,
en later,
baie later,
sluip ek oor douw-nat gras, skoene in my hand,
my eie lewe saggies terug binne.
(http://clappaertsabine.wordpress.com/2010/06/07/a-party/)
(Noot: waarom word ik altijd zo week van het Zuid-Afrikaans? Of lag het aan dit verslag van een heel bijzondere nacht?)
Skuins-skaam stappies, grasgroen voete, komberse en flakkerende kerse;
skaterlag deur bome, struike en velde, koue flesse en aangee kelkies;
onbekende blikke, ‘n sagte nuwe streeling,
dronk-dronk grappies en lang gesprekke;
hoe hakke, lang hare, kaal skouers en ronde borste,
fotos van gesigte onder ligte,
en later,
baie later,
sluip ek oor douw-nat gras, skoene in my hand,
my eie lewe saggies terug binne.
(http://clappaertsabine.wordpress.com/2010/06/07/a-party/)
(Noot: waarom word ik altijd zo week van het Zuid-Afrikaans? Of lag het aan dit verslag van een heel bijzondere nacht?)
donderdag 3 juni 2010
woensdag 2 juni 2010
Schroeidorstig
Liefde is oorlog. Een zoete, schroeiende oorlog.
Concurreren, capituleren, resurrecteren.
Zien en zwijgen. Implosie.
Tot de bom valt.
Concurreren, capituleren, resurrecteren.
Zien en zwijgen. Implosie.
Tot de bom valt.
Labels:
amour,
feuilles volantes,
mixed emotions,
nachtgedachten,
privédomein
vrijdag 28 mei 2010
maandag 24 mei 2010
donderdag 20 mei 2010
Recidive
Hij: "De meest interessante mensen hebben allemaal littekens. Een mens moet blijkbaar eerst klappen krijgen..."
Zij: "Het heeft meer te maken met klappen willen krijgen, denk ik. Sommige mensen zijn geboren met een zwak voor complexiteiten, voor het onafwendbare. Het is sowieso je weg zoeken door de brousse, als je het geffende pad maar niks vindt."
Zij: "Het heeft meer te maken met klappen willen krijgen, denk ik. Sommige mensen zijn geboren met een zwak voor complexiteiten, voor het onafwendbare. Het is sowieso je weg zoeken door de brousse, als je het geffende pad maar niks vindt."
Labels:
feuilles volantes,
knipsels,
privédomein,
zielsverwanten
maandag 17 mei 2010
woensdag 12 mei 2010
Liefde!
If thou must love me, let it be for nought
Except for love’s sake only. Do not say
“I love her for her smile—her look—her way
Of speaking gently,—for a trick of thought
That falls in well with mine, and certes brought
A sense of pleasant ease on such a day”—
For these things in themselves, Belovèd, may
Be changed, or change for thee,—and love, so wrought,
May be unwrought so. Neither love me for
Thine own dear pity’s wiping my cheeks dry,—
A creature might forget to weep, who bore
Thy comfort long, and lose thy love thereby!
But love me for love’s sake, that evermore
Thou mayst love on, through love’s eternity.
591. Sonnets from the Portuguese XIV, Elizabeth Barrett Browning (1806–1861)
Except for love’s sake only. Do not say
“I love her for her smile—her look—her way
Of speaking gently,—for a trick of thought
That falls in well with mine, and certes brought
A sense of pleasant ease on such a day”—
For these things in themselves, Belovèd, may
Be changed, or change for thee,—and love, so wrought,
May be unwrought so. Neither love me for
Thine own dear pity’s wiping my cheeks dry,—
A creature might forget to weep, who bore
Thy comfort long, and lose thy love thereby!
But love me for love’s sake, that evermore
Thou mayst love on, through love’s eternity.
591. Sonnets from the Portuguese XIV, Elizabeth Barrett Browning (1806–1861)
Labels:
citaten,
knipsels,
mixed emotions,
poëzie,
privédomein,
zielsverwanten
Homewrecker (the many ways to name the same evil)
* One who comes into your life, and screws it all up. This involves stealing your boyfriend/girlfriend, puppy, your friends, until they pretty much take over your entire life.
* A person who goes after another/others who are already taken and succeeds
* One who moves in with or near you and makes your life miserable. S/He may steal your boy/girlfriend, break your property, make your friends and other close ones hate you, or many other things.
* Someone who comes into your life and messes everything up. They steal boyfriends/girlfriend, ruin relationships, destroy friendships, and any other thing of that manner.
* Any good for nothing asshole, may be a dude or a chick, who woos your partner out of a relationship with you. They've also been known to drop out of the dates quickly, and steal someone else's date. More than likely these people are immature idiots who don't know how to find themselves a meaningful date, so they have to steal someone else when they see a flaw in a relationship.
* A person who does any of the above, and feels no guilt or remorse whatsoever for their actions.
* A person who goes after another/others who are already taken and succeeds
* One who moves in with or near you and makes your life miserable. S/He may steal your boy/girlfriend, break your property, make your friends and other close ones hate you, or many other things.
* Someone who comes into your life and messes everything up. They steal boyfriends/girlfriend, ruin relationships, destroy friendships, and any other thing of that manner.
* Any good for nothing asshole, may be a dude or a chick, who woos your partner out of a relationship with you. They've also been known to drop out of the dates quickly, and steal someone else's date. More than likely these people are immature idiots who don't know how to find themselves a meaningful date, so they have to steal someone else when they see a flaw in a relationship.
* A person who does any of the above, and feels no guilt or remorse whatsoever for their actions.
dinsdag 11 mei 2010
maandag 10 mei 2010
De Plek
Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,
thuis opstappen,
maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.
Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.
(Herman De Coninck)
thuis opstappen,
maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.
Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.
(Herman De Coninck)
Labels:
citaten,
feuilles volantes,
knipsels,
literatuur,
poëzie,
zielsverwanten
donderdag 6 mei 2010
De verzamelaar
"Men ziet het: de verliefde leeft in een soort evidente relatie. Als je nu eens vanzelf volkomen met me samenviel? Ik verlang naar jou, jij naar mij. We zijn elk door elkaar ontroerd tot op de bodem van onze ziel. De tranen springen ons in de ogen van verliefdheid.
De pure evidente binding zonder vraagteken of tegenspraak bestaat vanuit één persoon. Het is een soort 'veronderstelling-van-relatie' die in feite door de andere kan worden tegengesproken dan wel ontkend en zelfs genegeerd. In die zin gaat het om een niet-relatie. Echte gezamenlijkheid is er niet zonder de actieve medewerking van de andere. Een echte relatie veronderstelt dat de partners onderscheiden en verschillend zijn.
Dit alles kan men illustreren met het verhaal van De Verzamelaar, uit het boek van John Fowles. Op uitzonderlijke wijze beschrijft Fowles die onmogelijke dwang tot wederkerigheid in de verliefdheid.
Caliban, een jongeman, verzamelt vlinders. Op een dag wint hij een fortuin. Hij koopt een buitenhuis. Zijn verlangen gaat uit naar Miranda, een mooi meisje dat hij af en toe van ver ziet. Ze is niet alleen mooi maar ook zeer levendig en van hoog sociaal niveau. Op zekere dag verdooft hij Miranda en ontvoert haar. Hij sluit haar op in een afgelegen kelder die hij speciaal voor haar heeft ingericht. Miranda ontwaakt op een plaats waar alles naar haar wensen voorhanden is: haar lievelingskleuren, klederen, kunstwerken. Maar ze is perfect opgesloten met een vernuftig beveiligingssysteem. Caliban legt haar uit dat hij wil dat ze hem leert kennen, meer niet. Op haar aandringen belooft hij haar na een maand vrij te laten.
Overdag zit hij steeds naar haar te kijken. 'Zij is alles in mijn leven wat het leven waard maakt.' Zij daagt hem uit haar te verstrooien, maar daartoe is hij niet in staat. Hij is te weinig gecultiveerd. Caliban luistert naar haar en geeft haar steeds maar gelijk. Zodat ze ten slotte uitroept: 'Ik wil niet altijd gelijk krijgen. Zeg dat ik ongelijk heb!' Miranda begrijpt niet dat hij haar alleen maar wil hebben. 'Hij wil mijn uitzicht, mijn uiterlijk, niet mijn gevoelens, niet wat ik denk of mijn geest. Hij is een verzamelaar.'
Haar hebben is voor hem genoeg. Er moet verder niets gebeuren. Na een maand vraagt hij haar tijdens een heerlijk souper ten huwelijk. Zij wijst hem af. Enkele dagen later geeft ze zich in wanhoop seksueel aan hem over. Voor Caliban is de plotse ommekeer verdacht. Hij kan een seksuele toenadering niet aan. Haar hebben is voor hem voldoende. In een wanhoopspoging valt ze Caliban aan en kwetst hem aan het hoofd. Hij geneest. Uiteindelijk wordt Miranda ziek en sterft. Caliban gaat op nieuw op zoek naar een meisje dat hij beter naar zijn hand kan zetten.
In dit verhaal van Fowles komt een aantal thema's ter sprake die hier van belang zijn. De reductie van de ander tot jezelf betekent uiteindelijk: de dood van die ander. Miranda wordt het slachtoffer van een onmogelijke eis: je moet van me houden. Je moet op mij verliefd worden. Je moet passen in mijn wereld. Desnoods ga je eraan ten onder."
(uit Alfons Vansteenwegen, 'De ongedroomde eenheid: over liefde na verschil')
De pure evidente binding zonder vraagteken of tegenspraak bestaat vanuit één persoon. Het is een soort 'veronderstelling-van-relatie' die in feite door de andere kan worden tegengesproken dan wel ontkend en zelfs genegeerd. In die zin gaat het om een niet-relatie. Echte gezamenlijkheid is er niet zonder de actieve medewerking van de andere. Een echte relatie veronderstelt dat de partners onderscheiden en verschillend zijn.
Dit alles kan men illustreren met het verhaal van De Verzamelaar, uit het boek van John Fowles. Op uitzonderlijke wijze beschrijft Fowles die onmogelijke dwang tot wederkerigheid in de verliefdheid.
Caliban, een jongeman, verzamelt vlinders. Op een dag wint hij een fortuin. Hij koopt een buitenhuis. Zijn verlangen gaat uit naar Miranda, een mooi meisje dat hij af en toe van ver ziet. Ze is niet alleen mooi maar ook zeer levendig en van hoog sociaal niveau. Op zekere dag verdooft hij Miranda en ontvoert haar. Hij sluit haar op in een afgelegen kelder die hij speciaal voor haar heeft ingericht. Miranda ontwaakt op een plaats waar alles naar haar wensen voorhanden is: haar lievelingskleuren, klederen, kunstwerken. Maar ze is perfect opgesloten met een vernuftig beveiligingssysteem. Caliban legt haar uit dat hij wil dat ze hem leert kennen, meer niet. Op haar aandringen belooft hij haar na een maand vrij te laten.
Overdag zit hij steeds naar haar te kijken. 'Zij is alles in mijn leven wat het leven waard maakt.' Zij daagt hem uit haar te verstrooien, maar daartoe is hij niet in staat. Hij is te weinig gecultiveerd. Caliban luistert naar haar en geeft haar steeds maar gelijk. Zodat ze ten slotte uitroept: 'Ik wil niet altijd gelijk krijgen. Zeg dat ik ongelijk heb!' Miranda begrijpt niet dat hij haar alleen maar wil hebben. 'Hij wil mijn uitzicht, mijn uiterlijk, niet mijn gevoelens, niet wat ik denk of mijn geest. Hij is een verzamelaar.'
Haar hebben is voor hem genoeg. Er moet verder niets gebeuren. Na een maand vraagt hij haar tijdens een heerlijk souper ten huwelijk. Zij wijst hem af. Enkele dagen later geeft ze zich in wanhoop seksueel aan hem over. Voor Caliban is de plotse ommekeer verdacht. Hij kan een seksuele toenadering niet aan. Haar hebben is voor hem voldoende. In een wanhoopspoging valt ze Caliban aan en kwetst hem aan het hoofd. Hij geneest. Uiteindelijk wordt Miranda ziek en sterft. Caliban gaat op nieuw op zoek naar een meisje dat hij beter naar zijn hand kan zetten.
In dit verhaal van Fowles komt een aantal thema's ter sprake die hier van belang zijn. De reductie van de ander tot jezelf betekent uiteindelijk: de dood van die ander. Miranda wordt het slachtoffer van een onmogelijke eis: je moet van me houden. Je moet op mij verliefd worden. Je moet passen in mijn wereld. Desnoods ga je eraan ten onder."
(uit Alfons Vansteenwegen, 'De ongedroomde eenheid: over liefde na verschil')
dinsdag 4 mei 2010
Groener gras
Philip Roth : 'Literatuur is leven. Iedere keer weer verwonderd zijn over het bestaan, platitudes uit de weg gaan. Jonge schrijvers zou ik willen zeggen: blijf vooral niet waar je bent en begeer altijd de tuin van je buurman.'
zaterdag 1 mei 2010
woensdag 28 april 2010
Kwaad
Het is geen liefde, zegt hij. Maar een sluipend gif,
een schimmel die je steeds verder aantast.
De duivel bestaat.
Zegt hij.
Mijn schatje. Mijn hartje.
(en zij wordt een beetje week tussen de benen)
Labels:
amour,
mixed emotions,
sensitiviteitjes,
zielsverwanten
maandag 26 april 2010
Zoenzucht
Zou hij weten dat ik nimmer begeer wat ik liefheb?Zou hij weet hebben van mijn oorlog, mijn schizofrenie?
Zou hij weten dat filos redetwist met eros?
Zou hij weten dat het volstaat met omarmen?
Zou hij weten dat ik me wapen tegen de ondergang?
Zou hij bestand zijn tegen mijn avondland?
Zou het verlangen?
Zou hij?
Zou ik?
(wordt vervolgd)
vrijdag 23 april 2010
Nota II
En weer eens werd de redeloosheid van de begeerte onomstotelijk bewezen. Maar hoe heerlijk het capituleren.
Labels:
amour,
feuilles volantes,
moleskine,
notities,
privédomein,
prullaria,
trivialiteiten
Nota I
Zelfs de meest zachtaardige wezens zijn tot moordzucht te bewegen.
Labels:
amour,
feuilles volantes,
moleskine,
notities,
privédomein,
prullaria,
trivialiteiten
woensdag 21 april 2010
Martelaarschap IV
Het huwelijk is zoals de tegelvloer in de keuken: tegel ligt naast tegel gemetseld, tezamen vormen die tegels het patroon van bloemranken, nergens onderbroken of verstoord, tegels waar je met een moker op kunt slaan zonder dat er een barst in schiet, maar alles is onveranderbaar definitief en het gezellige dessin wordt metterjaren geeuwvervelend. (...) Het huwelijk is een 'iets', voorstelbaar als 'een ruimte', waar je blindelings de weg in weet, zoals 's nachts, zonder lichten aan te doen, in je eigen huis (en als je dit 's nachts kunt, kun je het ook overdag, zodat je in je eigen huis ook letterlijk blind zou kunnen zijn, zonder last te ondervinden van het stof op je eigen netvliezen). Seksualiteit vindt te gerechter tijden plaats, wel nog toegewijd en aandachtig, maar de vlam is eruit en het komt al voor dat je erbij aan andere dingen denkt. Het lichaam van de ander is je precies zo vertrouwd als je eigen lichaam, zodat je dus ook precies bent gaan weten welke houding, aanraking, handeling, schuiving de ander rust, vertrouwen, plezier verschaft, uitmondend in het zoveel duizendste orgasme sedert de allereerste keer, toen de hartstochten nog verzengend waren en de dorst naar elkaar onblusbaar. Zo is er ook het geestelijke contact nog: we kunnen nog met elkaar praten, maar de gesprekken kunnen worden ingedampt tot trefwoorden, - er is niets meer dat wij niet van elkaar weten of niet van elkaar zouden begrijpen. Waarover wij het eens zijn, zij wij het voorgoed eens, waarover wij het oneens zijn, voorgoed oneens. Onze verdrieten en angsten kunnen we elkaar nog voorleggen, leugens zijn er nog niet geweest, onverschilligheid is nog niet ingetreden, maar aan de zomen van dit alles is de lucht bezig te betrekken en pakken de schapenwolkjes zich tot cumuli samen. Nog dreigt er niets, maar het is of juist daarin de dreiging bestaat. Alles is in orde, maar de koestering van de zekerheid is aan het vervluchtigen.
(...)
Er is een hunkering in mij die ik niet adequaat kan definiëren. Enerzijds moet alles blijven zoals het is en mag er niets gebeuren dat de regelmaat bedreigt, laat staan verstoort, anderzijds wil ik dat in de saaie regelmaat verandering komt. Verliefdheid op een onaanwezig meisje, dat niet eens weet dat ik in mijn aansluipende ouderdom verliefd op haar ben, neemt mythische proporties aan.
(uit 'Het is niets', Jeroen Brouwers)
(...)
Er is een hunkering in mij die ik niet adequaat kan definiëren. Enerzijds moet alles blijven zoals het is en mag er niets gebeuren dat de regelmaat bedreigt, laat staan verstoort, anderzijds wil ik dat in de saaie regelmaat verandering komt. Verliefdheid op een onaanwezig meisje, dat niet eens weet dat ik in mijn aansluipende ouderdom verliefd op haar ben, neemt mythische proporties aan.
(uit 'Het is niets', Jeroen Brouwers)
Martelaarschap III
"In gemoede, ik denk dat de schrijversziekte is: verliefdheid, verslaving aan verliefd zijn. Bijkomende schrijversziekte: dat de gevoelige kunstenaar niet in staat is enige door zijn vrouw dan wel zijn geliefde afgedwongen Keuze te maken. Kan hij niet, wil hij niet, hij ziet niet in waarom hij zou moeten kiezen, iedere keuze doet afbreuk aan zijn aard, hij méént de dingen niet en tegelijkertijd is er niets dat hij zo bloedernstig meent, voortdurende verliefdheid is de adem van zijn schrijverij. Kiest hij wel, dan treedt ogenblikkelijk de andere bijkomende schrijversziekte in: de wroeging, het zelfverwijt, de melancholie, de onstelpbare treurigheid die slagschaduwen werpt en die ach, het litteken voor het leven slaat: het heimweeachtige verlangen. Mijn 'keuze' bestaat eruit dat ik probeer het-meisje-met-het-bootje 'gewoon' 'te vergeten', wat mij evenveel stil opgevreten verdriet bezorgt als wanneer ik halsoverkop het huis zou zijn uit gegonsd om als een dolle bij om haar heen te gaan dansen. Het argument der redelijkheid en weldenkendheid luidt: je hèbt toch een goede mooie lieve vrouw, je hèbt toch een niet onaardig huwelijk, een vriendelijk kind, een gemeenschappelijke band en geschiedenis, een comfortabel huis... Maar zoals schrijvers nu eenmaal zijn: het gaat nooit om het boek of het oeuvre dat hij hééft geschreven maar om dat wat hij nog móét schrijven en op de witte toekomst moet zien te veroveren als ware het een vrouw."
(uit 'Het is niets' Jeroen Brouwers)
(uit 'Het is niets' Jeroen Brouwers)
Martelaarschap II
"Nog meisjesachtig eruitziende jonge vrouw, voor in de dertig, ik zal haar hier met S aanduiden, 'Stella', 'Ster', 'Stella maris', sterre der zee. Met haar de receptie, waar ik haar vrijdagmiddag jongstleden te B. ontmoette, verlaten en haar naar huis gebracht in de ...straat, Amsterdam. Om een uur of drie 's nachts overviel me verstikkende angst - niet 'gewetensangst' (tussen S en mij is 'niets gebeurd', zoals dat heet) maar levensangst. Er reed een geweldig verdriet met me mee, thuis stapte dit samen met mij de auto uit, sedertdien is het bij me gebleven. Mijn leven is veranderd.
Dat je een punt in je leven bereikt waarop je niet kunt zeggen dat je 'ongelukkig' bent of dat het 'slecht' met je gaat, maar waarop je inziet dat je in alle situaties gevangen zit en je niet meer, zoals tien à vijftien jaar geleden nog wèl kon, uit je gevangenissen kunt ontsnappen.
Het oude leven als een dorre tak van me afbreken. Thuis mijn koffertje inpakken, de huissleutel achterlaten en wèggaan. Tegelijkertijd dat andere rigoureuze besluit nemen: nu sodomieter ik die hele literatuur-van-me in de vuilnisbak, trek me volledig uit de literaire wereld terug en ga wat anders doen. Maar (doch) (echter) (niettemin) (evenwel) daar liggen al die wetten in de weg en stapelen zich de praktische bezwaren op tot hoge torens. Wat moet ik met mijn koffertje buiten het goedertieren huis? Wat zou ik anders zelfs maar kúnnen om min of meer in leven te blijven dan schrijven?
Ik woon in een kerker, waar ik wel uit wil, maar waarbuiten ik niet kan leven zonder ogenblikkelijk in de goot te belanden, in zeven goten tegelijk. De kerker is tegelijkertijd theemuts. Ik ben er 'veilig', maar alles benauwt me er vanwege het besef dat ik er niet uit kan. Zo ben ik de gedetineerde van mijn eigen bestaan, het huwelijk komt neer op wederzijdse gijzeling. Al zou ik erin slagen uit mijn cel te ontsnappen, dan zou ik nog niet buiten het gevangeniscomplex zijn waarin de cel zich bevindt. Overal binnen dat complex zou ik op andere muren stuiten, dichtgemetselde ruimten, vergrendelde deuren, alle uitgangen versperd. Zo zou ik ten slotte verplicht zijn, of er dan toch het beste aan doen, terug te keren naar de cel waaruit ik meende te zijn ontsnapt. Daar zit ik met onzichtbare ketenen aan mijn leefmodel vast. Wat valt er na zoveel jaar huwelijk nog te kiezen, te veranderen, te verplaatsten, te besluiten? Behalve om 'het huwelijk' gaat het om 'de kinderen', 'de huishoudeconomie', 'de hypotheek', 'de huistradities', 'de gewoonten'. Wie huwt, bindt zich aan een dagelijks, eindeloos zich herhalend patroon volgens een ooit gemaakte afspraak: een contract met degene die men gaandeweg gaat beschouwen als zijn beul, of dan toch zijn cipier. In die zin krijgt huwelijk iets van martelaarschap. En verder ben ik natuurlijk gewoon te laf (uit liefde? uit sentimentaliteit? uit opportunisme?) om vrouw en kind verdriet aan te doen, hun leven te verstoren, er de oorzaak van te zijn dat zij hun vertrouwen en veiligheid zien aangetast. (...) Afscheid van haar genomen om op tijd thuis terug te zijn, vanwege overwegingen als: morgen heeft het gezin de auto nodig onder andere om de weekinkopen te doen, en: overmorgen is het vaderdag, - Anne loopt al dagen geheimzinnig te doen over wat ze voor haar vadertje heeft geknutseld, waartoe zou ik het kind teleurstellen en frustreren door op die dag niet aanwezig te zijn... Deze overwegingen bestempelen mij in de ogen van oppassend en in doorsnee hypocriet burgerpubliek tot 'een goed mens', maar ik bèn helemaal niet in die zin 'een goed mens', omdat de overwegingen mij tegelijkertijd met protest en walging vervullen.
Een nieuw leven beginnen? Eigenlijk begint men nooit een nieuw leven, men volstaat met een bezoek aan de kapper en/o het kopen van een nieuwe broek."
(uit 'Het is niets', Jeroen Brouwers)
Dat je een punt in je leven bereikt waarop je niet kunt zeggen dat je 'ongelukkig' bent of dat het 'slecht' met je gaat, maar waarop je inziet dat je in alle situaties gevangen zit en je niet meer, zoals tien à vijftien jaar geleden nog wèl kon, uit je gevangenissen kunt ontsnappen.
Het oude leven als een dorre tak van me afbreken. Thuis mijn koffertje inpakken, de huissleutel achterlaten en wèggaan. Tegelijkertijd dat andere rigoureuze besluit nemen: nu sodomieter ik die hele literatuur-van-me in de vuilnisbak, trek me volledig uit de literaire wereld terug en ga wat anders doen. Maar (doch) (echter) (niettemin) (evenwel) daar liggen al die wetten in de weg en stapelen zich de praktische bezwaren op tot hoge torens. Wat moet ik met mijn koffertje buiten het goedertieren huis? Wat zou ik anders zelfs maar kúnnen om min of meer in leven te blijven dan schrijven?
Ik woon in een kerker, waar ik wel uit wil, maar waarbuiten ik niet kan leven zonder ogenblikkelijk in de goot te belanden, in zeven goten tegelijk. De kerker is tegelijkertijd theemuts. Ik ben er 'veilig', maar alles benauwt me er vanwege het besef dat ik er niet uit kan. Zo ben ik de gedetineerde van mijn eigen bestaan, het huwelijk komt neer op wederzijdse gijzeling. Al zou ik erin slagen uit mijn cel te ontsnappen, dan zou ik nog niet buiten het gevangeniscomplex zijn waarin de cel zich bevindt. Overal binnen dat complex zou ik op andere muren stuiten, dichtgemetselde ruimten, vergrendelde deuren, alle uitgangen versperd. Zo zou ik ten slotte verplicht zijn, of er dan toch het beste aan doen, terug te keren naar de cel waaruit ik meende te zijn ontsnapt. Daar zit ik met onzichtbare ketenen aan mijn leefmodel vast. Wat valt er na zoveel jaar huwelijk nog te kiezen, te veranderen, te verplaatsten, te besluiten? Behalve om 'het huwelijk' gaat het om 'de kinderen', 'de huishoudeconomie', 'de hypotheek', 'de huistradities', 'de gewoonten'. Wie huwt, bindt zich aan een dagelijks, eindeloos zich herhalend patroon volgens een ooit gemaakte afspraak: een contract met degene die men gaandeweg gaat beschouwen als zijn beul, of dan toch zijn cipier. In die zin krijgt huwelijk iets van martelaarschap. En verder ben ik natuurlijk gewoon te laf (uit liefde? uit sentimentaliteit? uit opportunisme?) om vrouw en kind verdriet aan te doen, hun leven te verstoren, er de oorzaak van te zijn dat zij hun vertrouwen en veiligheid zien aangetast. (...) Afscheid van haar genomen om op tijd thuis terug te zijn, vanwege overwegingen als: morgen heeft het gezin de auto nodig onder andere om de weekinkopen te doen, en: overmorgen is het vaderdag, - Anne loopt al dagen geheimzinnig te doen over wat ze voor haar vadertje heeft geknutseld, waartoe zou ik het kind teleurstellen en frustreren door op die dag niet aanwezig te zijn... Deze overwegingen bestempelen mij in de ogen van oppassend en in doorsnee hypocriet burgerpubliek tot 'een goed mens', maar ik bèn helemaal niet in die zin 'een goed mens', omdat de overwegingen mij tegelijkertijd met protest en walging vervullen.
Een nieuw leven beginnen? Eigenlijk begint men nooit een nieuw leven, men volstaat met een bezoek aan de kapper en/o het kopen van een nieuwe broek."
(uit 'Het is niets', Jeroen Brouwers)
Martelaarschap I
"Wat moet zo'n liefmooi schaap met een cynische ouwe ram als ik, vroeg Faust zich af, en ook, andersom, zo overpeinsde hij, wat moet ik met haar nadat Het Vuur Der Lust na enige dagen is gedoofd? Dat wij een zinnig gesprek 'op niveau' met elkaar zouden kunnen voeren, is natuurlijk jammerlijk uitgesloten. Wat zo'n kind mij vertelt, weet ik gegarandeerd allemaal al lang, en wat ik haar vertel is natuurlijk zo voornaam, verheven, wijs, erudiet en blijk gevend van gerijpte levenservaring dat het vooralsnog, vanwege haar speelse jeugd, niet in haar hersendoosje past. Wanneer precies begint het besef dat men eenzaam is en er niets meer zal gebeuren dat de eenzaamheid nog kan verdrijven?"
('Het is niets', Jeroen Brouwers)
('Het is niets', Jeroen Brouwers)
Vliegangst IV
‘Ik zou er al mijn geld voor over hebben om op dit moment thuis te mogen zitten en me dit hele gebeuren in alle rust te herinneren. Dat vind ik nu eenmaal altijd het prettigst. Waarom zou ik mezelf voor de gek houden? Ik ben geen existentialiste. Voor mij is iets pas echt gebeurd als ik het allemaal opschrijf, en onder het schrijven verander en mooier maak. Ik doe nooit anders dan wachten tot iets voorbij is en ik naar huis kan gaan om het op te schrijven.’
‘Mannen en vrouwen, vrouwen en mannen. Het kan nooit wat worden, dacht ik. In de dagen dat mannen nog brallerige jagers waren en vrouwen hun hele leven niets anders deden dan zich zorgen maken over zwangerschap of sterven in het kraambed, moesten de laatsten dikwijls tegen hun wil genomen worden. De mannen klaagden erover dat hun vrouwen koel, onaandoenlijk, frigide waren… Ze wilden wulpse vrouwen. Ze wilden wellustige vrouwen. Nu leerden de vrouwen eindelijk hoe ze wulps en wellustig moesten zijn – en wat gebeurde er? De mannen verschrompelden. Het was hopeloos. Ik had Adrian begeerd zoals ik nooit iemand begeerd had en zijn hartstocht viel weg tegen de intensiteit van de mijne. Hoe meer ik liet blijken van mijn hartstocht, des te koeler werd hij. Hoe meer ik riskeerde om bij hem te kunnen zijn, des te minder was hij bereid te riskeren om bij mij te zijn. Was het werkelijk zo eenvoudig? Kwam het allemaal alleen maar neer op wat mijn moeder me jaren geleden had voorgehouden over ‘op een afstand blijven’? Het had er inderdaad veel van dat mannen die het hevigst van me gehouden hadden tevens degenen waren geweest waar ik het onverschilligst tegenover had gestaan. Maar wat was daar dan de lol van? Wat had het voor zin? Kon je filos en eros nooit, al was het dan maar even, verenigen? Wat had deze voortdurende rondedans van beurtelings verliezen, deze constante cyclus van begeerte en onverschilligheid, onverschilligheid en begeerte voor zin?’
(uit 'Fear of flying' Erica Jong)
‘Mannen en vrouwen, vrouwen en mannen. Het kan nooit wat worden, dacht ik. In de dagen dat mannen nog brallerige jagers waren en vrouwen hun hele leven niets anders deden dan zich zorgen maken over zwangerschap of sterven in het kraambed, moesten de laatsten dikwijls tegen hun wil genomen worden. De mannen klaagden erover dat hun vrouwen koel, onaandoenlijk, frigide waren… Ze wilden wulpse vrouwen. Ze wilden wellustige vrouwen. Nu leerden de vrouwen eindelijk hoe ze wulps en wellustig moesten zijn – en wat gebeurde er? De mannen verschrompelden. Het was hopeloos. Ik had Adrian begeerd zoals ik nooit iemand begeerd had en zijn hartstocht viel weg tegen de intensiteit van de mijne. Hoe meer ik liet blijken van mijn hartstocht, des te koeler werd hij. Hoe meer ik riskeerde om bij hem te kunnen zijn, des te minder was hij bereid te riskeren om bij mij te zijn. Was het werkelijk zo eenvoudig? Kwam het allemaal alleen maar neer op wat mijn moeder me jaren geleden had voorgehouden over ‘op een afstand blijven’? Het had er inderdaad veel van dat mannen die het hevigst van me gehouden hadden tevens degenen waren geweest waar ik het onverschilligst tegenover had gestaan. Maar wat was daar dan de lol van? Wat had het voor zin? Kon je filos en eros nooit, al was het dan maar even, verenigen? Wat had deze voortdurende rondedans van beurtelings verliezen, deze constante cyclus van begeerte en onverschilligheid, onverschilligheid en begeerte voor zin?’
(uit 'Fear of flying' Erica Jong)
Vliegangst III
‘Langzaam aan begon ik te beseffen hoeveel gelukkiger ik zonder B. was, hoe die krankzinnige energie van hem mijn leven had ondergraven, hoe zijn wilde fantasieën mij hadden beroofd van mijn eigen fantasiewereld. Langzamerhand begon ik het prettig te vinden dat ik mijn eigen gedachten kon horen. Ik begon te luisteren naar mijn eigen dromen. Het was net alsof ik vijf jaar lang in een galmkelder had geleefd en iemand me plotseling vrij had gelaten.’
‘Waarom draait het er altijd op uit dat ik met twee mannen zit opgescheept die samen één geweldige man hadden kunnen zijn? Is dat op een of andere manier het geheim van mijn oedipuscomplex? Mijn vader en mijn grootvader? (…) Ben ik voorbestemd om mijn hele leven tussen twee mannen heen en weer te blijven hollen? De een aarzelend en zachtmoedig en bijna onverschillig, en de ander zo vurig en rusteloos dat hij al mijn zuurstof opgebruikt?’
‘Ik heb pas een bundel zogenaamd erotische gedichten geschreven met het gevolg dat mannen me in het holst van de nacht opbellen met proposities en preposities, gedaan gekregen dat er een enorme ophef van gemaakt werd – voordrachten aan universiteiten, interviews, brieven van krankzinnigen en dergelijke – waarna ik totaal geflipt ben, begon mijn eigen gedichten te lezen en probeerde één te worden met het beeld dat ik daarin van mezelf gaf. Probeerde mijn eigen fantasieën te verwezenlijken. Begon te geloven dat ik een denkbeeldige, door mezelf bedachte figuur was. (…) Het punt is dat fantasieën nu eenmaal fantasieën zijn en dat je niet voortdurend in extase kunt leven. Als je de deur achter je dichtgooit en ervandoor gaat en met iedereen neukt die binnen handbereik komt hoeft dat je nog geen stap dichter bij de vrijheid te brengen.’
(uit 'Fear of flying' Erica Jong)
‘Waarom draait het er altijd op uit dat ik met twee mannen zit opgescheept die samen één geweldige man hadden kunnen zijn? Is dat op een of andere manier het geheim van mijn oedipuscomplex? Mijn vader en mijn grootvader? (…) Ben ik voorbestemd om mijn hele leven tussen twee mannen heen en weer te blijven hollen? De een aarzelend en zachtmoedig en bijna onverschillig, en de ander zo vurig en rusteloos dat hij al mijn zuurstof opgebruikt?’
‘Ik heb pas een bundel zogenaamd erotische gedichten geschreven met het gevolg dat mannen me in het holst van de nacht opbellen met proposities en preposities, gedaan gekregen dat er een enorme ophef van gemaakt werd – voordrachten aan universiteiten, interviews, brieven van krankzinnigen en dergelijke – waarna ik totaal geflipt ben, begon mijn eigen gedichten te lezen en probeerde één te worden met het beeld dat ik daarin van mezelf gaf. Probeerde mijn eigen fantasieën te verwezenlijken. Begon te geloven dat ik een denkbeeldige, door mezelf bedachte figuur was. (…) Het punt is dat fantasieën nu eenmaal fantasieën zijn en dat je niet voortdurend in extase kunt leven. Als je de deur achter je dichtgooit en ervandoor gaat en met iedereen neukt die binnen handbereik komt hoeft dat je nog geen stap dichter bij de vrijheid te brengen.’
(uit 'Fear of flying' Erica Jong)
Vliegangst II
‘Je bent geen secretaresse, je bent een dichteres. Waarom denk je dat je recht hebt op een ongecompliceerd leven? Hoe kom je erbij om te denken dat je alle conflicten kunt vermijden? Hoe kom je erbij om te denken dat je pijn kunt vermijden? Of hartstocht? Voor hartstocht valt trouwens een hoop te zeggen. Kun je nu nooit eens wat minder streng voor jezelf worden en het jezelf vergeven?’
‘De moeilijkheid is dat ik in mijn hart een puritein ben. Alle pornografen zijn puriteinen.’
‘Een pornograaf ben je beslist niet. Een puritein ben je wel, en nog wel van de allerergste soort. Je doet waar je zin in hebt, maar je voelt je zo schuldig dat je er niet van kunt genieten. Wat heeft het dan voor zin, actually?’
‘Op het gebied van mannen heb ik mijn leven lang een bepaalde eenvoudige eigenschap gemist die bekendstaat als voorzichtigheid, of misschien zou je het gezond verstand kunnen noemen. Als ik een vent ontmoet voor wie elke vrouw met een beetje zelfrespect automatisch gillend zou weglopen slaag ik er altijd in iets vertederends te ontdekken aan zijn verdachte eigenaardigheden, iets fascinerends en aantrekkelijks aan zijn manieën.’
‘Ik heb woorden altijd erg belangrijk gevonden en dikwijls de vergissing begaan veel meer in woorden dan in daden te geloven. Mijn hart (en mijn kut) geven zich gewonnen bij een bondige uitdrukking, een goede grap, een elegant tweeregelig rijm of een sensationele vergelijking.’
(uit 'Fear of flying' Erica Jong)
‘De moeilijkheid is dat ik in mijn hart een puritein ben. Alle pornografen zijn puriteinen.’
‘Een pornograaf ben je beslist niet. Een puritein ben je wel, en nog wel van de allerergste soort. Je doet waar je zin in hebt, maar je voelt je zo schuldig dat je er niet van kunt genieten. Wat heeft het dan voor zin, actually?’
‘Op het gebied van mannen heb ik mijn leven lang een bepaalde eenvoudige eigenschap gemist die bekendstaat als voorzichtigheid, of misschien zou je het gezond verstand kunnen noemen. Als ik een vent ontmoet voor wie elke vrouw met een beetje zelfrespect automatisch gillend zou weglopen slaag ik er altijd in iets vertederends te ontdekken aan zijn verdachte eigenaardigheden, iets fascinerends en aantrekkelijks aan zijn manieën.’
‘Ik heb woorden altijd erg belangrijk gevonden en dikwijls de vergissing begaan veel meer in woorden dan in daden te geloven. Mijn hart (en mijn kut) geven zich gewonnen bij een bondige uitdrukking, een goede grap, een elegant tweeregelig rijm of een sensationele vergelijking.’
(uit 'Fear of flying' Erica Jong)
dinsdag 20 april 2010
Vliegangst I
‘We gingen naar de Hofburg om een verhandeling te aanhoren over de psychologie van de kunstenaar. Uit een onderzoek bleek onomstotelijk dat kunstenaars als groep zwak, afhankelijk, kinderlijk, naïef, masochistisch, narcistisch, slechte mensenkenners en hopeloos verstrikt in hun oedipuscomplexen waren. Ten gevolge van hun overgevoeligheid als kind en hun meer-dan-normale behoefte aan moederlijke zorg voelden ze zich altijd verwaarloosd, hoeveel moederlijke zorg ze ook hadden ontvangen. Op latere leeftijd waren ze voorbestemd overal te zoeken naar een moeder en wanneer ze die niet (nooit, nooit) vonden trachten ze in hun werk een ideale moeder te scheppen. Ze trachtten in hun werk een geïdealiseerde versie te geven van het verleden – zelfs wanneer dat idealiseren meer weg had van een ontluistering dan van idealiseren. Geen enkele familie, om kort te gaan, was zo krankzinnig verdorven als de moderne autobiografische romanschrijver of dichter zijn familie waande. Je familie op die manier in de grond boren was in wezen hetzelfde als idealiseren. Er bleek alleen maar uit hoezeer je nog aan je verleden gekluisterd zat.
Ook met roem trachtte de kunstenaar zichzelf te compenseren voor dat gevoel, in zijn jeugd verwaarloosd te zijn. Maar het lukte nooit helemaal. Bemind worden door de hele wereld is geen substituut voor bemind geweest zijn door één enkele mens toen je klein was en bovendien is de wereld als minnaar niet veel soeps. Dus stelde ook de roem teleur. Veel kunstenaars zochten in hun wanhoop troost bij opium, alcohol, homoseksuele uitspattingen, heteroseksuele uitspattingen, vurige gelovigheid, politiek gemoraliseer, zelfmoord en andere lapmiddelen. Maar die hielpen ook nooit helemaal. Behalve zelfmoord – dat hielp natuurlijk in zekere zin altijd. Op dat moment schoot me een epigram te binnen van Antonio Porchia: Ik geloof dat de ziel is opgebouwd uit allerhande leed want de ziel die zijn leed geneest gaat dood. En zo is het ook bij kunstenaars. Alleen nog erger.’
‘Een ander aspect van de lezing betrof het liefdesleven van de kunstenaar, in het bijzonder de geneigdheid van kunstenaars om zich (met grote verbetenheid) te hechten aan volslagen ongeschikte liefdesobjecten en die heftig te idealiseren, net als die geïdealiseerde ouders waarvan ze dachten dat ze die nooit bezeten hadden. Dit ongeschikte liefdesobject was voornamelijk een projectie van de kunstenaar-minnaar. Het voorwerp van hun hartstocht was zelfs in de ogen van anderen dikwijls een heel alledaags iemand. Maar voor de kunstenaar-minnaar werd de geliefde tot moeder, vader, muze, het toonbeeld van volmaaktheid. Soms een toonbeeld van krengerige volmaaktheid of boosaardige volmaaktheid, maar altijd een godheid, altijd almachtig.
De creatieve zin van die verliefdheden zou de volgende zijn: door het herscheppen van de sfeer van oedipale verliefdheid, kon de kunstenaar zijn ‘familieromance’ herscheppen en daarmee de geïdealiseerde wereld uit zijn kinderjaren. De talrijke en vaak snel wisselende verliefdheden moesten de illusie levendig houden. De volwassene kon de hartstochtelijke liefde van het kleine kind voor de ouder van de andere sekse het dichtst benaderen met een nieuwe, hevige, lichamelijke verliefdheid.’
(uit 'Fear of flying' Erica Jong)
Ook met roem trachtte de kunstenaar zichzelf te compenseren voor dat gevoel, in zijn jeugd verwaarloosd te zijn. Maar het lukte nooit helemaal. Bemind worden door de hele wereld is geen substituut voor bemind geweest zijn door één enkele mens toen je klein was en bovendien is de wereld als minnaar niet veel soeps. Dus stelde ook de roem teleur. Veel kunstenaars zochten in hun wanhoop troost bij opium, alcohol, homoseksuele uitspattingen, heteroseksuele uitspattingen, vurige gelovigheid, politiek gemoraliseer, zelfmoord en andere lapmiddelen. Maar die hielpen ook nooit helemaal. Behalve zelfmoord – dat hielp natuurlijk in zekere zin altijd. Op dat moment schoot me een epigram te binnen van Antonio Porchia: Ik geloof dat de ziel is opgebouwd uit allerhande leed want de ziel die zijn leed geneest gaat dood. En zo is het ook bij kunstenaars. Alleen nog erger.’
‘Een ander aspect van de lezing betrof het liefdesleven van de kunstenaar, in het bijzonder de geneigdheid van kunstenaars om zich (met grote verbetenheid) te hechten aan volslagen ongeschikte liefdesobjecten en die heftig te idealiseren, net als die geïdealiseerde ouders waarvan ze dachten dat ze die nooit bezeten hadden. Dit ongeschikte liefdesobject was voornamelijk een projectie van de kunstenaar-minnaar. Het voorwerp van hun hartstocht was zelfs in de ogen van anderen dikwijls een heel alledaags iemand. Maar voor de kunstenaar-minnaar werd de geliefde tot moeder, vader, muze, het toonbeeld van volmaaktheid. Soms een toonbeeld van krengerige volmaaktheid of boosaardige volmaaktheid, maar altijd een godheid, altijd almachtig.
De creatieve zin van die verliefdheden zou de volgende zijn: door het herscheppen van de sfeer van oedipale verliefdheid, kon de kunstenaar zijn ‘familieromance’ herscheppen en daarmee de geïdealiseerde wereld uit zijn kinderjaren. De talrijke en vaak snel wisselende verliefdheden moesten de illusie levendig houden. De volwassene kon de hartstochtelijke liefde van het kleine kind voor de ouder van de andere sekse het dichtst benaderen met een nieuwe, hevige, lichamelijke verliefdheid.’
(uit 'Fear of flying' Erica Jong)
zondag 18 april 2010
Niet zelden komt men in een ander zichzelf tegen
‘Zeker ben ik ook een man, een jongen, een jongeman geweest die nooit van zijn leven kinderen wilde, die het gezin een gevangenis vond en die niet begreep dat iemand zijn leven ‘deelde’ (door twee personen, door drie, door vier, tot er weinig meer van overbleef). Het was het soort cynisme dat voor de empirie uit rent, een uitbundig negativisme dat zijn ontkenningen nodig heeft om zich tegen de vloed van keuzes te kunnen keren. Hoe kon ik weten hoe het was om een kind te hebben? Heel lang heb ik vastgehouden aan mijn zogeheten vrijheid, die de vrijheid is om in alle situaties aan het begin te blijven staan en de indruk te hebben dat ik nog alle kanten op kan. (…)
Ik was toen iemand anders. Iemand die van het extreme hield zonder nog te hebben ervaren dat er van de uiterste grens nooit meer een weg terug is. Die – in het veilige midden dromend van uitersten – dacht dat de werkelijkheid in handen van gewone mensen niks was, dat de werkelijkheid de stijl van extremistische schrijvers nodig had om geladen te worden met betekenis. Dat tot het uiterste gaan een kwestie van stijl was. Zulke overwegingen zijn mij nu volstrekt vreemd geworden. Ik had het leven in de hand, maar nu heeft het mij in handen gekregen. Ik ontkende de dood, maar nu ben ik er thuis. (…)
Een voor een keren de dingen naar mij terug, dat is waar, maar ze worden niet meer als vanouds. Het blijven replica’s, volmaakte namaak van iets wat zelf niet bestaat. Tot in de details is het vanzelfsprekende nagebootst. Niemand ziet kennelijk het verschil, maar ik zie het meteen. Want de afwezigheid die ik ervaar, daar kom ik niet meer ‘overheen’. Die is er altijd, waar ik ook ga. Waar ik kom, valt vanzelf een gat. Niet gezellig nee. Verder blijf ik gewoon de ander die ik altijd ben geweest. Die ik overal moet spelen, maak je geen zorgen. De man met mijn naam, mijn adres, mijn leven. Iemand met een verhaal, een betekenis, die zijn lippen vormt tot een woord, die met zijn mond woorden maakt uit niets.’
(P.F. Thomése)
Ik was toen iemand anders. Iemand die van het extreme hield zonder nog te hebben ervaren dat er van de uiterste grens nooit meer een weg terug is. Die – in het veilige midden dromend van uitersten – dacht dat de werkelijkheid in handen van gewone mensen niks was, dat de werkelijkheid de stijl van extremistische schrijvers nodig had om geladen te worden met betekenis. Dat tot het uiterste gaan een kwestie van stijl was. Zulke overwegingen zijn mij nu volstrekt vreemd geworden. Ik had het leven in de hand, maar nu heeft het mij in handen gekregen. Ik ontkende de dood, maar nu ben ik er thuis. (…)
Een voor een keren de dingen naar mij terug, dat is waar, maar ze worden niet meer als vanouds. Het blijven replica’s, volmaakte namaak van iets wat zelf niet bestaat. Tot in de details is het vanzelfsprekende nagebootst. Niemand ziet kennelijk het verschil, maar ik zie het meteen. Want de afwezigheid die ik ervaar, daar kom ik niet meer ‘overheen’. Die is er altijd, waar ik ook ga. Waar ik kom, valt vanzelf een gat. Niet gezellig nee. Verder blijf ik gewoon de ander die ik altijd ben geweest. Die ik overal moet spelen, maak je geen zorgen. De man met mijn naam, mijn adres, mijn leven. Iemand met een verhaal, een betekenis, die zijn lippen vormt tot een woord, die met zijn mond woorden maakt uit niets.’
(P.F. Thomése)
Labels:
citaten,
mixed emotions,
nachtgedachten,
privédomein,
zielsverwanten
donderdag 15 april 2010
Early spring morning

Is er dan niets meer, vroeg ze, dan seks en vergetelheid?
Is dan niet dit alles met liefde gebeiteld?
Mag alles waarvan we leven, alles waarop we teren,
alles waaraan we lijden, dan geen liefde heten?
Wat is het dat ons pijnlijk aan elkaar bindt?
Dat anderen zo dierbaar maakt, dat we ze niet kunnen verlaten?
Heet dat geen liefde? Is dat zinsbegoocheling?
Iets wat we uitvinden, tegen beter weten in?
maandag 5 april 2010
donderdag 1 april 2010
Voorjaarsschoonmaak
En toen zuiverde ze in één manische namiddag alle kasten van het hele huis. Hoe metaforisch.
maandag 29 maart 2010
Het najagen van een vage droom
"Men weet het en vergeet het steeds opnieuw: de mensen die we zoeken zitten naast ons. We kijken over alles en iedereen heen, want het nabije kan zogezegd niet stroken met de vage vorm van het verlangen dat ons bezielt. Het nabije is zo bedrieglijk concreet aanwezig dat wij zijn geheim niet zien. Onze blik reikt verder en hoger en verliest zich in zijn wazige prospecties. Het resultaat is dat men de mensen en dingen binnen handbereik achteloos en liefdeloos verlaat en het object van zijn verlangen zelf creëert, in neergeschreven woorden, in klanken, in verf, in steen."
(Leonard Nolens natuurlijk, via V.)
(Leonard Nolens natuurlijk, via V.)
Labels:
amour,
citaten,
mixed emotions,
privédomein,
zielsverwanten
Pareltjes uit de kast van S.
Assortment. Because sometimes it’s the comforting predictability of vanilla and not the mysterious, tongue curling darkness of chocolate that we really want. Because yellow can be the new black even when the new black is grey; and fish fries as flaky on Thursday as it does on Friday. Because Dads can be Moms and endless open plains the sanctuary no inside can offer.
Flash. Sometimes you need to leave in order to know you want to stay.
Lemonography: the art of making lemonade when life hands you lemons.
(meer moois hier: http://clappaertsabine.wordpress.com/)
Flash. Sometimes you need to leave in order to know you want to stay.
Lemonography: the art of making lemonade when life hands you lemons.
(meer moois hier: http://clappaertsabine.wordpress.com/)
Masker
"He had learned the worst lesson that life can teach - that it makes no sense. And when that happens, the happiness is never spontaneous again. It is artificial and, even then, bought at the price of an obstinate estrangement from oneself and one's history... Stoically he suppresses his horror. He learns to live behind a mask. A lifetime experiment in endurance. A performance over a ruin."
(American Pastoral, Philip Roth)
(American Pastoral, Philip Roth)
Labels:
citaten,
literatuur,
mixed emotions,
privédomein,
sensitiviteitjes,
zielsverwanten
dinsdag 23 maart 2010
zaterdag 20 maart 2010
donderdag 18 maart 2010
Zieke ziel
"Ga geen relatie aan met iemand die onbeheerst is en mijd het gezelschap van iemand die een giftige aard heeft. Je zou hun gedrag kunnen overnemen en een strik aanhalen om je ziel." (Spreuken van Salomo, 22:24-25)
" Wanneer iemand in de ware aard schouwt van een psychopaat, iemand die misschien al jaren met deze mens samenleeft, wanneer het masker valt, dan kan dit een schokkende realisatie zijn, een ervaring die ons hele beeld van de mensheid omverhaalt. Zo geperfectioneerd kan het masker van de psychopaat zijn, dat wie de psychopatische misleiding ontdekt, gaat twijfelen aan zijn verstand of zelfs in een crisis terechtkomt die hem verlamt, ontreddert en - wellicht tijdelijk - nog meer verstrikt in de destructieve relatie.
Niettegenstaande de verschrikkingen die de prooien van psychopaten meemaken, staan zij vaak vrijwel alleen. Wat zij moeten doorstaan is zo bizar en zo in tegenstelling met het gelikte masker dat de psychopaat aan de buitenwereld vertoont, dat zij niet geloofd worden wanneer zij erover vertellen. In een groot aantal gevallen slaagt hun kwelduivel erin hun intieme relaties of collega's tegen hen op te zetten."
"De oppervlakte van de psychopaat, dat is, alles van hem dat bereikbaar is met verbale exploratie en onmiddellijk onderzoek, komt naar voren als normaal of als beter dan normaal en levert geen enkele aanwijzing voor een innerlijk ziek zijn. Er is niets aan hem dat de suggestie wekt van vreemdheid, ontoereikendheid of morele zwakte. Zijn masker is er een van robuuste geestelijke gezondheid. Niettemin heeft hij een ziekte die zich vaak manifesteert in gedrag dat veel ernstiger abnormaal is dan dat van de schizofreen."
"We hebben hier helemaal niet te maken met een complete mens, maar met iets dat lijkt op een subtiel geconstrueerde reflex-machine die de menselijke persoonlijkheid perfect kan nabootsen. Zo volmaakt is deze reproductie van een volledige en normale mens dat niemand die hem onderzoekt in een klinische situatie kan aanwijzen waarom of hoe hij niet echt is. En toch daagt uiteindelijke het besef of het gevoel dat de werkelijkheid, in de zin van een volledig, gezond ervaren van het leven, ontbreekt."
(uit: 'Destructieve relaties op de schop: psychopathie herkennen en hanteren, Jan Storms, 2010, Uitgeverij Ankh-Hermes)
(meer lezen: http://zelfbescherming.org/vgv en http://psychopaten.startkabel.nl/)
" Wanneer iemand in de ware aard schouwt van een psychopaat, iemand die misschien al jaren met deze mens samenleeft, wanneer het masker valt, dan kan dit een schokkende realisatie zijn, een ervaring die ons hele beeld van de mensheid omverhaalt. Zo geperfectioneerd kan het masker van de psychopaat zijn, dat wie de psychopatische misleiding ontdekt, gaat twijfelen aan zijn verstand of zelfs in een crisis terechtkomt die hem verlamt, ontreddert en - wellicht tijdelijk - nog meer verstrikt in de destructieve relatie.
Niettegenstaande de verschrikkingen die de prooien van psychopaten meemaken, staan zij vaak vrijwel alleen. Wat zij moeten doorstaan is zo bizar en zo in tegenstelling met het gelikte masker dat de psychopaat aan de buitenwereld vertoont, dat zij niet geloofd worden wanneer zij erover vertellen. In een groot aantal gevallen slaagt hun kwelduivel erin hun intieme relaties of collega's tegen hen op te zetten."
"De oppervlakte van de psychopaat, dat is, alles van hem dat bereikbaar is met verbale exploratie en onmiddellijk onderzoek, komt naar voren als normaal of als beter dan normaal en levert geen enkele aanwijzing voor een innerlijk ziek zijn. Er is niets aan hem dat de suggestie wekt van vreemdheid, ontoereikendheid of morele zwakte. Zijn masker is er een van robuuste geestelijke gezondheid. Niettemin heeft hij een ziekte die zich vaak manifesteert in gedrag dat veel ernstiger abnormaal is dan dat van de schizofreen."
"We hebben hier helemaal niet te maken met een complete mens, maar met iets dat lijkt op een subtiel geconstrueerde reflex-machine die de menselijke persoonlijkheid perfect kan nabootsen. Zo volmaakt is deze reproductie van een volledige en normale mens dat niemand die hem onderzoekt in een klinische situatie kan aanwijzen waarom of hoe hij niet echt is. En toch daagt uiteindelijke het besef of het gevoel dat de werkelijkheid, in de zin van een volledig, gezond ervaren van het leven, ontbreekt."
(uit: 'Destructieve relaties op de schop: psychopathie herkennen en hanteren, Jan Storms, 2010, Uitgeverij Ankh-Hermes)
(meer lezen: http://zelfbescherming.org/vgv en http://psychopaten.startkabel.nl/)
Labels:
citaten,
knipsels,
mixed emotions,
privédomein,
sensitiviteitjes,
zielsverwanten
maandag 15 maart 2010
Helaas zij
Parelwitte vingers
liggen benig
gevouwen
Hout is alles
wat haar
nu omhult
Van de liefde
rest in rust
niets meer
Veel weet ik
van wat zij is
geweest
Maar helaas
had ik
geen verweer
(Le Coq sur mer, 15 maart des middags)
vrijdag 12 maart 2010
1001 sentimenten
Vinger voor vinger
strijken over de kat
en kijken in je ogen
die kwijlen van liefde
Jouw hartenklop tegen
de mijne en ik wist niet
dat zoveel warmte
hierna nog bestond
En de ochtendlucht, de lente
de zieke moeder
die haar klamme hand
in de mijne legt
En de klok die tikt
tegenwijzerzin
alsof de wereld plots
andersom draait
En alles wat wij
denken te weten
over het leven
is slechts reiken
(vluggertje, 12 maart 2010, 18u35, bedstee en hergeboorte)
maandag 8 maart 2010
zaterdag 6 maart 2010
Narcisme, neuroses en de drift tot schrijven
'Waarom bijvoorbeeld, is het voor mij onmogelijk om iets mee te maken in het dagelijkse leven zonder dat ik erover schrijf. Is het narcisme? Eigendunk, zelfoverschatting? Of juist het tegendeel daarvan: neurose, zelfhaat? Heb ik pas recht van spreken als ik het opgeschreven heb?'
(http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article871536.ece/Narcisme,_neuroses_en_de_drift_tot_schrijven )
(http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article871536.ece/Narcisme,_neuroses_en_de_drift_tot_schrijven )
Labels:
citaten,
knipsels,
prullaria,
sensitiviteitjes,
zielsverwanten
woensdag 3 maart 2010
Uitkijktoren
'En vroeger, vroeger hé, toen zat jij op de Himalaya.' Of hoe de liefde de scherpe toppen er weet af te vijlen.
Labels:
amour,
citaten,
nachtgedachten,
privédomein,
prullaria,
trivialiteiten,
zielsverwanten
maandag 1 maart 2010
Magische woorden
'In andere tijden en culturen was het niet ongebruikelijk dat een man met twee vrouwen samenleefde, maar zo'n ménage à trois zou in de praktijk vermoedelijk matig bevallen, realiseerde verdachte zich, gezien de karakterverschillen tussen Rosa en Vicky, die al met al een onoverbrugbare drempel zouden opwerpen voor de lusthof van zijn harem. Het was allemaal niet leuk, maar wel waar.
Toch had hij niet het gevoel dat hij loog als hij binnen vierentwintig uur zowel tegen Rosa als tegen Victoria de vier magische woorden sprak.
'Voor jou is "ik hou van je" zeggen net zoiets geworden als een opmerking over het weer,' verweet Rosa hem later. En Victoria, die allergisch was voor liefdesbetuigingen, in welke vorm dan ook: 'Jij bent besmet met het I-love-you-virus.' Wat was de waarheid? Sinds het vertrek van zijn eerste vriendin waren zijn affecten twee verschillende richtingen uitgegaan, naar Italië en naar Amsterdam. In beide richtingen kon hij zich een toekomst voorstellen, maar wie niet kiest, wist de oude Dante al, blijft in de buitenste kringen van de hel te midden van de besluitelozen.
Aan de andere kant: in zijn essay over Don Giovanni beschrijft Kierkegaard de Casanovamens niet als een harteloze hartenbreker, maar als degene die op zoek is naar totale vervulling.
(...)
Het dubbelleven dat verdachte leidde was de logische uitkomst van zijn tegenstrijdige verlangens. Geen enkele vrouw was tot nu toe in staat geweest beide kanten van zijn persoon geleidelijk te begrijpen en te bevredigen, en het voelde als ontoelaatbaar verraad om zich vast aan een van beiden te verbinden. Hij had al gemerkt: zodra hij volledig met Rosa wilde samenzijn, lonkte de snelle wereld en de polygamie, en eenmaal daar aangekomen stelde de verpletterende leegte, het gebrek aan romantiek en de vijandige gevoelloosheid hem een tikkeltje teleur. Hij moest kiezen, als hij tenminste nog een keuze had.
Bovendien, dat kwam er ook nog eens bij, concurreerden beide meisjes met een derde partij waar hij absoluut trouw moest aan blijven: de periode van kloosterachtige afzondering die noodzakelijk waren voor zijn muziekstudie. Rosetta, Victoria en zijn fabrieks-Rösler vormden een driehoek en misschien, dacht hij op sommige momenten, was de fabrieks-Rösler wel de voornaamste van de drie.'
(uit 'Art. 285b' van Christiaan Weijts)
Toch had hij niet het gevoel dat hij loog als hij binnen vierentwintig uur zowel tegen Rosa als tegen Victoria de vier magische woorden sprak.
'Voor jou is "ik hou van je" zeggen net zoiets geworden als een opmerking over het weer,' verweet Rosa hem later. En Victoria, die allergisch was voor liefdesbetuigingen, in welke vorm dan ook: 'Jij bent besmet met het I-love-you-virus.' Wat was de waarheid? Sinds het vertrek van zijn eerste vriendin waren zijn affecten twee verschillende richtingen uitgegaan, naar Italië en naar Amsterdam. In beide richtingen kon hij zich een toekomst voorstellen, maar wie niet kiest, wist de oude Dante al, blijft in de buitenste kringen van de hel te midden van de besluitelozen.
Aan de andere kant: in zijn essay over Don Giovanni beschrijft Kierkegaard de Casanovamens niet als een harteloze hartenbreker, maar als degene die op zoek is naar totale vervulling.
(...)
Het dubbelleven dat verdachte leidde was de logische uitkomst van zijn tegenstrijdige verlangens. Geen enkele vrouw was tot nu toe in staat geweest beide kanten van zijn persoon geleidelijk te begrijpen en te bevredigen, en het voelde als ontoelaatbaar verraad om zich vast aan een van beiden te verbinden. Hij had al gemerkt: zodra hij volledig met Rosa wilde samenzijn, lonkte de snelle wereld en de polygamie, en eenmaal daar aangekomen stelde de verpletterende leegte, het gebrek aan romantiek en de vijandige gevoelloosheid hem een tikkeltje teleur. Hij moest kiezen, als hij tenminste nog een keuze had.
Bovendien, dat kwam er ook nog eens bij, concurreerden beide meisjes met een derde partij waar hij absoluut trouw moest aan blijven: de periode van kloosterachtige afzondering die noodzakelijk waren voor zijn muziekstudie. Rosetta, Victoria en zijn fabrieks-Rösler vormden een driehoek en misschien, dacht hij op sommige momenten, was de fabrieks-Rösler wel de voornaamste van de drie.'
(uit 'Art. 285b' van Christiaan Weijts)
Labels:
amour,
citaten,
knipsels,
literatuur,
mixed emotions,
zielsverwanten
woensdag 24 februari 2010
dinsdag 23 februari 2010
Redster
En toen ze voor de zoveelste keer haar reddingsfantasieën wou botvieren, bleek ze plots zelf reddeloos verloren. Poets wederom poets. De drenkeling was een walvis.
Labels:
nachtgedachten,
notities,
privédomein,
zielsverwanten
dinsdag 16 februari 2010
Gedoofder
Auteur Tommy Wieringa in Humo:
'Ik ben geneigd om de liefde te zien als een methode tot zelfbehoud - warmte voor als we niet mooi meer zijn, een investering in geluk voor als de markt ons niet meer wil. Maar toch... maar toch... Toch meen ik ook zeker te weten dat ik van een aantal mensen hou, ja.
Ik merk dat het beste als ik van huis ben: dan hoor ik de stemmen van mijn geliefden in mijn hoofd en hoop ik zo vlug mogelijk weer thuis te zijn. Ooit had ik de zorg over twee fleslammeren en zodra ik was verder van huis was, hoorde ik het klaaglijk mekkeren van een hongerig zuiglam in mijn hoofd. Dan wist ik dat ik te ver was en dat ik naar huis moest om 'm te gaan voeden. Je voelt je daar verantwoordelijk voor, je wil dat dier verzorgen: daar zitten we volgens mij bij de essentie.'
Je houdt van een aantal mensen zeg je. Je komt niet meteen op de proppen met die ene topgeliefde?
'Ik ben natuurlijk het meest verliefd op mijn nederlagen. En die zijn talrijk. Zoals Slauerhoff zei: 'Verliefd, zelfs op zijn ellende. Maar ik ben zojuist vader geworden, en dat vereenvoudigt de vraag aanmerkelijk hoor.'
Als uw huidige huwelijk gelukkig kan genoemd worden, waaraan schrijft u dat dan toe?
'Evenwicht. Alles is in evenwicht. En nog iets wat ik heel belangrijk vind: dat je de mogelijkheid hebt om elegant naast elkaar heen te leven. Dat is de ultieme vorm van vrijheid, geloof ik. Mijn vrouw heeft niet graag dat ik dit zeg, maar dit is een kernzin voor mij: de mogelijkheid om elegant langs elkaar heen te kunnen leven. Ik weet dat veel moderne mensen vinden dat je de zaak voortdurend moet onderzoeken, voortdurend moet bekijken wat je er allebei nog aan hebt, de liefde constant op de proef moet stellen. Maar daar heb ik niet de minste behoefte aan.'
In welk opzicht lijken uw relaties het meest op elkaar: in hun begin of hun einde? Ik geloof dat al mijn relaties vóór deze met confetti en carnavalsrumoer begonnen en eindigden als de ochtend na oudjaar, met natgeworden lontjes. Maar laat ik het bij het begin houden: ik ben heel goed in het bereiden van een enorme verrassing, iets wat je nog nooit hebt meegemaakt. Wat dat betreft ben ik een mannelijke borderliner. Ik kan je illusies voorschotelen zoals niemand anders kan: 'Dit mag je niet missen!'
Leert u van de ene liefdesbetrekking iets voor de volgende?
'Ja, ik geloof dat je jezelf voortdurend moet verbeteren. Niet dat ik een beter mens ben geworden hoor, alleen maar een wat gedoofder mens. Deze uitdoving, dit nirwana, is wat je uiteindelijk 'leren' noemt. Je kan telkens weer de verliefdheden opzoeken, en de verzotheid op vrouwen met gekke vrouwenziekten, de borderliners, de meisjes die je de schitterendste illusies voortoveren. Je kan dat een leven lang doen, en dan zul je er ook een leven lang aan lijden. Maar ik heb het lijden voor mijn werk niet zo nodig, en ik heb nu het geluk, geloof ik,dat ik een goede, verstandige, evenwichtige vrouw getroffen heb. En dat is een zeldzaamheid.'
Veroorzaakt liefde meer ellende dan plezier?
'Natuurlijk, maar als je zoals ik veel speeltijd hebt gehad, kun je er langzaam toch iets bij winnen. Dan is de uitkomst niet per se allemaal chagrin d'amour. Toen mijn Duitse vertaalster klaar was met 'Joe Speedboot', zei ze me: 'er is één woord dat volgens mij een van de kernwoorden van het boek is: geruststelling.' Vond ik heel bijzonder.'
Geruststelling is iets wat u ook zoekt in de liefde?
'Ken je dat experiment van het aapje dat moet kiezen tussen een metalen moeder die melk geeft en een zachte moeder die weliswaar geen melk geeft maar wel warmte? Hij kiest voor de hongerdood bij de moeder mét warmte, eerder dat hij zich voedt aan een koude moeder. Ik geloof dat ik ook een warmtezoekend aapje ben. Zoals wij allen.'
(naschrift van Rafaela: Misschien is dat ook de definitie van liefde die dochters van een kille vader zouden geven: liefde als tranquilizer. Je laven aan degene die er in slaagt de angstige neuroot in jezelf zo lang mogelijk en met zo weinig mogelijk interrupties rustig en gelukkig te houden. Terwijl je de zucht blijft behouden naar de metalen vader. Een verslaafde die laveert tussen goedaardige en kwaadaardige drugs.)
Labels:
amour,
citaten,
knipsels,
mixed emotions,
zielsverwanten
Mengvorm
'Waaruit leidt u af dat u van haar houdt?'
'Uit het feit dat ik veranderd ben. Ik kijk halvelings neer op de mens die ik vóór haar was - een onaangename kerel vind ik dat. Ik ben intussen een mengvorm van Nathalie en mezelf, voor een groot deel heb ik haar geabsorbeerd. Ik ben zo in Nathalie opgegaan dat ik karaktertrekken van haar heb overgenomen, en om dát toe te laten had ik liefde nodig.'
(Dimitri Verhulst in Humo)
'Uit het feit dat ik veranderd ben. Ik kijk halvelings neer op de mens die ik vóór haar was - een onaangename kerel vind ik dat. Ik ben intussen een mengvorm van Nathalie en mezelf, voor een groot deel heb ik haar geabsorbeerd. Ik ben zo in Nathalie opgegaan dat ik karaktertrekken van haar heb overgenomen, en om dát toe te laten had ik liefde nodig.'
(Dimitri Verhulst in Humo)
Fatal attraction
Fragmenten uit 'De borderline-dans', het relaas van Anthony Walker, een beginnende psychiater die een jaar een relatie had met een borderliner:
‘Ze is erg ziek en ernstig gestoord. Ze lijdt aan een borderline-persoonlijkheidsstoornis. Zorg dat je niet te veel bij haar betrokken raakt. Ze heeft je zelf verteld dat mannen haar altijd in de steek laten. Dat zie je makkelijk over het hoofd, want borderline-patiënten kunnen buitengewoon charmant en manipulatief zijn. Ze zal steeds meer van je eisen, als een parasiet, maar je zult haar nooit genoeg kunnen geven. Ze zal je leegzuigen en geestelijk kapotmaken.’
‘Reddingsfantasieën, de klassieke valkuil van de beginnende therapeut. Veel therapeuten denken dat ze hun borderline-patiënten kunnen genezen door simpelweg hun uiterste best te doen en door genoeg aandacht te geven. Deze beginnende therapeuten bemoeien zich aanvankelijk met alle aspecten van het leven van hun patiënt, zodat deze steeds afhankelijker van de therapeut wordt. De therapeut ontleent grote narcistische bevrediging aan zijn onmisbaarheid, maar raakt ook hevig teleurgesteld omdat alle inspanning nauwelijks verandering brengt. In de loop van de tijd raakt de therapeut opgebrand, hij krijgt langzamerhand een hekel aan de patiënt en beschuldigt die van onwil. Ten slotte kan de therapeut niet meer voldoen aan de volgens hem irreële eisen van de patiënt en breekt hij de therapie af. Door die verlating raakt de patiënt uiteindelijk nog meer gekwetst.’
‘Je bekommerde je altijd om de zwakste schepsels, de meest hopeloze gevallen,’ merkte mijn moeder op, terwijl ze een pot thee zette.
‘Verdoofd en verward reed ik naar huis. Ik voelde dat er een verrukkelijk verlies van controle ophanden was dat de voyeur in mij tot op het bot raakte. Dit was mijn eigen Fatal Attraction. Ik had altijd al van spannende situaties genoten, maar achteraf bezien waren die nooit echt gevaarlijk geweest. Deze keer was het anders. Nu had ik mijn controle verloren zonder dat ik wist of het wel goed zou aflopen. Het was gevaarlijk en opwindend, als een heimelijke rit in een achtbaan, bij donker wanneer het pretpark voor het publiek gesloten is.’
‘Drie maanden lang waren we onafscheidelijk. Soms leek het zelfs meer dan dat, bijna alsof we tot één wezen waren samengesmolten.’
‘Je weet dat ze niet met verlating kan omgaan,’, vervolgde haar moeder, ‘als je haar maar niet in de steek laat.’ Iets in dit gesprek bracht me in de war. Ik was helemaal niet van plan Jacqueline in de steek te laten, dus waar had ze het dan over? Ik had het gevoel dat ik gemanipuleerd werd. Mijn vriend had me gewaarschuwd voor manipulerende borderline-patiënten, maar over hun moeders had hij niets gezegd. Ik vond het vervelend dat zij mijn goede bedoelingen in twijfel trok. Ik vroeg me af of ze dacht dat ik Jacqueline gebruikte, dat ik alleen maar op een pleziertje uit was.’
‘Haar woede was omgeslagen in begeerte, maar zo ging het met Jacqueline altijd en deels daarom hield ik van haar. Ik kon high van haar worden alsof ik drugs gebruikte, ze kon me in extase brengen, maar net als bij drugs waren er ook talrijke dieptepunten. Dan stortte ik in en had ik haar nodig om me er weer bovenop te helpen.’
‘Ik stond op het punt psychisch in te storten. Door bij Jacqueline te zijn had ik de controle over mijn emoties verloren.’
‘Ik was blij, maar het leek wel of blijdschap niet meer een emotie was die ik zonder meer mocht ervaren. Ik moest het allemaal voor mijzelf rechtvaardigen. ‘Ik ben blij, omdat… Ik heb verdriet, omdat… Ik ben boos, omdat…’ Het natuurlijke komen en gaan van gevoelens van binnenuit, zonder een duidelijke aanleiding, was verdwenen. Als ik gelukkig was, voelde ik me soms schuldig, want Jacqueline kende dat gevoel nauwelijks.’
‘Er kwam een gevoel van totale verbijstering en woede over me heen, ze had een grens overschreden. Ik ging met gebalde vuisten op bed zitten en huilde om mijn verlies. Ik wilde haar laten voelen hoeveel pijn me dit deed, erger nog, op dat moment was ik degene die haar wilde kwetsen. De gedachte dat ik haar wel iets kon aandoen, ontnuchterde me. ‘Ze is ziek, ze is ziek, ze is ziek…’ zei ik steeds opnieuw bij mezelf. Ik slikte, alsof ik zo mijn woede diep in mijn buik kon laten verdwijnen.’
‘Ik voelde me leeg, ik voelde niets meer, dus had ik niets meer te geven. Ik begreep het niet. Ik kon me niet in haar lichaam transplanteren, dus hoe moest zij mijn liefde dan ooit innerlijk vasthouden? Ze vertelde me dat ze voelde dat ik van haar hield als we aan het vrijen waren, maar hoe verder ik van haar weg was, des te meer vervaagde dat gevoel. Ik bedacht dat ik alles had gegeven wat ik te bieden had en toen werd de paradox me duidelijk. Hoe meer ik gaf, des te meer eiste ze, omdat ik nooit werkelijk genoeg kon geven. Er ontbrak altijd iets aan. Om meer te kunnen geven, moest ik sterk zijn. Maar hoe meer ik gaf, des te zwakker en erbarmelijker voelde ik me. Het was gewoon onmogelijk.’
‘Steeds meer drong het tot me door dat die onzichtbare tekens van liefde niets voor haar betekenden. Ze kon ze niet internaliseren, omdat ze niet tastbaar waren. Het leek wel of ze niet bestonden.’
‘In het prille begin van onze relatie had Jacqueline me gevraagd haar te beloven dat ik haar nooit zou slaan. Het leek een merkwaardig verzoek, maar ze vertelde me dat al haar vroegere vrienden haar op een gegeven moment hadden geslagen. Ik kon me niet voorstellen dat ik haar ooit zou slaan en begreep evenmin dat een ander dat zou willen doen. Ik beloofde haar dat ik het nooit zou doen.’ (kort daarop slaat hij haar toch)
‘Het verloop van mijn dagelijks leven werd door haar stemmingen bepaald. Daar had ik geen enkele controle over. Als zij zich goed voelde, had ik rust. Als zij boos was, voelde ik me gespannen. Ik vroeg me af of dit de soort chaos was die zij van binnen voelde. Het was voor ons beiden ondraaglijk. Ik begon haar te begrijpen, maar het putte me uit. Hoe meer ik van mezelf gaf, des te meer verwachtte ze van me. Het leek wel of ze de lat op dat punt steeds hoger legde. En het einde ervan was niet in zicht, want het was nooit genoeg. Ze vond altijd dat ik wel nog iets meer kon geven.’
‘Eindelijk begon ik de realiteit van mijn situatie onder ogen te zien. Het had iets ironisch dat ik naar het land (USA) wilde gaan van de films die mijn gevoel voor romantiek en avontuur zodanig hadden aangesproken en beïnvloed dat ik mijn persoonlijke Fatal Attraction had gecreëerd.’
‘Ik had me laten misleiden door de overtuiging dat ik haar kon helpen. Ze had altijd beroep gedaan op mijn gevoel dat ik iets kon doen. Ze wist het en manipuleerde daarmee. En ik had haar ook gemanipuleerd. Ik had iemand nodig die mij nodig had, maar niet zo sterk als zij die behoefte had. Ik was emotioneel uitgeput. Ik at om mezelf te troosten, ik was dikker geworden, maar bleef me leeg voelen. Van mijn gevoel voor eigenwaarde en mijn wilskracht was bijna niets meer over. Het besef dat liefde alleen toch niet alle leed van de wereld kon opheffen, was daarbij voor mij ook nog eens heel teleurstellend. Ik moest de controle over mezelf herwinnen en haar niet meer toestaan mijn identiteit te bepalen.’
‘Ze had genoeg goede eigenschappen en we zouden samen best gelukkig kunnen worden, mits het slechte gedeelte maar kon worden verwijderd. Maar ik wist ook dat ze was wie ze was omdat ze beide kanten in zich had, en juist deze complexiteit had me betoverd en verwachtingen bij me gewekt.’
‘Toen ik haar moeder vertelde dat ik haar zou verlaten, begon ze te huilen. ‘Dit wordt haar dood. Ben je dan niet bang dat ze zelfmoord zal plegen? Je hebt haar trouw beloofd.’
‘Toen ik haar terugzag, besefte ik onmiddellijk dat de hoop dat ze misschien fundamenteel veranderd zou zijn, onterecht was. Ik zag in hoe zinloos onze relatie was. Ik werd overmand door verdriet. Onze relatie was dood. Ik was verliefd geweest op een droom, maar nu was de ochtend aangebroken en was ik klaarwakker.’
‘Na meer dan een jaar bijna geen ogenblik alleen te zijn geweest had ik het gevoel dat ik menselijk contact nodig had, zoals een drugsverslaafde zijn drugs. Ik probeerde voorzichtig nieuwe vriendschappen te sluiten, maar trok me onmiddellijk terug bij de kleinste toespeling op afhankelijkheid. Ik wantrouwde gewone vriendelijkheid, omdat ik die verwarde met de neiging tot manipulatie.’
Uit het nawoord: Iets wat de ene dag volkomen goed is, kan de volgende dag volkomen slecht zijn, en dit staat in verband met het probleem dat borderline-patiënten hebben met ‘objectconstantie’ – zij beleven de daden van anderen alsof die geen historische context hebben en ze missen een gevoel van continuïteit en consistentie ten aanzien van de mensen en de dingen in hun leven. Ze vinden het moeilijk een afwezige dierbare te ervaren als een innerlijk aanwezige, liefhebbende gestalte. Ze vinden het ook moeilijk alle daden van een persoon in de loop van een bepaalde periode als een geïntegreerd geheel te zien en hebben de neiging afzonderlijke daden te analyseren in een poging de afzonderlijke betekenis daarvan te ontrafelen. Mensen worden gedefinieerd op basis van hun laatste interactie met de borderline-patiënt.’
(naschrift van Rafaela: De auteur-psychiater-echtgenoot was een borderliner geworden. Ze had hem besmet.)
Labels:
amour,
citaten,
knipsels,
memories,
mixed emotions,
roman,
souvenirs,
zielsverwanten
A (hurt) bird watcher
Mijn paradijsvogel, zegt hij. Soms ook wel stormvogel.
Labels:
feuilles volantes,
mixed emotions,
nachtgedachten,
notities,
privédomein
zaterdag 13 februari 2010
Delicacy
"Reason is, and ought only to be the slave of the passions, and can never pretend to any other office than to serve and obey them."
"Some people are subject to a certain delicacy of passion, which makes them extremely sensible to all the accidents of life, and gives them a lively joy upon every prosperous event, as well as a piercing grief, when they meet with misfortunes and adversity."
"There is a delicacy of taste observable in some men, which very much resembles this delicacy of passion, and produces the same sensibility to beauty and deformity of every kind, as that does to prosperity and adversity, obligations and injuries. When you present a poem or a picture to a man possessed of this talent, the delicacy of his feeling makes him be sensibly touched with every part of it."
David Hume. (1711 - 1776)
(met dank aan P. Vandenberghe)
"Some people are subject to a certain delicacy of passion, which makes them extremely sensible to all the accidents of life, and gives them a lively joy upon every prosperous event, as well as a piercing grief, when they meet with misfortunes and adversity."
"There is a delicacy of taste observable in some men, which very much resembles this delicacy of passion, and produces the same sensibility to beauty and deformity of every kind, as that does to prosperity and adversity, obligations and injuries. When you present a poem or a picture to a man possessed of this talent, the delicacy of his feeling makes him be sensibly touched with every part of it."
David Hume. (1711 - 1776)
(met dank aan P. Vandenberghe)
donderdag 11 februari 2010
De hunker
De kunst is, zegt hij, om die irreële wereld die voor jou zo reëel is, weer in een apart vakje onder te brengen.
Onderwijl heuvelt ze, en sneuvelt ze, en blijft ze herijken.
Onderwijl heuvelt ze, en sneuvelt ze, en blijft ze herijken.
Labels:
mixed emotions,
nachtgedachten,
privédomein,
sensitiviteitjes
dinsdag 9 februari 2010
Watertrappelen
'Blijkbaar is voor mij de liefde pas echt als ik helemaal de controle verlies, erin kan verdwijnen. Mezelf overgeven en dan beginnen te protesteren omdat ik er niet wil in opgaan. Het gevoel te watertrappelen. In dit leven moet ik niet al te veel van mijn sokkel gerukt worden. Het moet schrijfbaar blijven. Hoewel. Wat mij overhoop haalt, dwingt mij mezelf te herkneden en rekening te houden met de vele Annelies Verbekes die ik ben.'
(Annelies Verbeke - hoe herkenbaar - uit De Morgen 6/2/2010)
(Annelies Verbeke - hoe herkenbaar - uit De Morgen 6/2/2010)
Labels:
amour,
mixed emotions,
privédomein,
zielsverwanten
Few men
'I know of nothing comparable with them in English literature - know nothing that is so unselfish, so longing, so adoring - nothing that is so mad, so pitiful, so utterly weak and wretched. John Keats was a great genius, but he had not one particle of common-sense - for himself. Few men of genius ever do have.... Why, a boy might have told Keats that the way to woo and win a woman was not to bare his heart before her, as he did before Fanny Brawne, and not to let her know, as he did, that he was her captive. If he had had the least glimmer of common-sense, he never would have surrendered at discretion.'
(RH Stoddard on the publication of Keats's love letters to Fanny Brawne, April 1878)
(notitie na een weekend verdiepen in de biografie van John Keats)
(RH Stoddard on the publication of Keats's love letters to Fanny Brawne, April 1878)
(notitie na een weekend verdiepen in de biografie van John Keats)
vrijdag 5 februari 2010
Het was
De gelukkigste dag van haar leven. En toen begon de ellende pas.
(zoals een vrouw die twee streepjes ziet en niet weet hoe zwanger dat hemelhoog geluk is van verlies)
(zoals een vrouw die twee streepjes ziet en niet weet hoe zwanger dat hemelhoog geluk is van verlies)
woensdag 3 februari 2010
De nadagen
Het waren de nadagen. We voelden nog liefde, maar onze rauwe lust was ondergesneeuwd. Als hij me sprak, dan droeg hij zijn wereldse gezicht. Zijn bizarrerieën trachtte hij aan mijn oog te onttrekken. En ik, alziend maar voornaam, dreef mee op de oppervlakte die we samen creëerden. De naïviteit van weleer was immers nog onmogelijk na te bootsen, evenals de verbetenheid waarmee we blindelings ons doel nastreefden. Het doel? De lust. De warmte. De veiligheid. De genegenheid. De genezing. Zijn lijf voor mij een heiligdom. Mijn zwakte voor hem een zegen.
We veinsden een soort stoïcisme en geen van beiden gaf toe aan de verleiding die te doorprikken. Het was een uit de hand gelopen uithoudingsproef, een masochisme dat al lang geen hoger doel meer diende. De tijd had ons afgestompt, we dachten niet meer, we voelden amper. Ik was ingeslapen, ik onthield me van prikkels die me weer richting Hades zouden sturen. Mijn lichaam, een ijskathedraal. En uit respect voor zijn opgelegde castratie degradeerde ik mezelf tot onaantrekkelijke huissloof, tot object van afschuw, zij het een object dat zelfs niet vernederd wil worden. Ik betrachtte de onverschilligheid. Er bestaat immers geen middenweg tussen de moeder en de hoer. Mijn lijf, het danst, of het slaapt.
Ook hij, die nacht na nacht het bed met me deelde, zocht nog zelden toenadering. Nadat ik zijn kind had gebaard, had hij zijn interesse in mij verloren. Het kind kwam tussen ons in te staan, een welkome derde, een afleidingsmanoeuvre, een excuus voor ons ingeslapen huwelijk. Geen van ons voelde de noodzaak weer dieper te graven, aan te steken, te vergeven. Het was te laat. We nestelden ons in de onzin, in het stilzwijgen, in het gemak. Elk woord was al duizendmaal verkondigd, elke zelfanalyse uitentreuren uitgesmeerd, elke gelaatsuitdrukking een déjà-vu. Onze lichamen, terreinen waarvan de kaarten open op tafel lagen, geen vergrootglas meer nodig, geen nood aan een kompas. Elke vierkante meter was reeds veroverd, verorberd. Ik kende de weg van zijn vingers, ik had de haren op zijn borst honderd maal geteld, ik voelde zijn geslacht nog amper. Het had me zo vaak bezocht, het was tot het mijne verworden.
There's something wrong here, there can be no denying
One of us is changing, or maybe we've stopped trying
And it's too late, baby, now it's too late
Though we really did try to make it
Something inside has died and I can't hide
And I just can't fake it
(It’s too late – Carole King)
(kopie van een notitie uit januari 2007)
We veinsden een soort stoïcisme en geen van beiden gaf toe aan de verleiding die te doorprikken. Het was een uit de hand gelopen uithoudingsproef, een masochisme dat al lang geen hoger doel meer diende. De tijd had ons afgestompt, we dachten niet meer, we voelden amper. Ik was ingeslapen, ik onthield me van prikkels die me weer richting Hades zouden sturen. Mijn lichaam, een ijskathedraal. En uit respect voor zijn opgelegde castratie degradeerde ik mezelf tot onaantrekkelijke huissloof, tot object van afschuw, zij het een object dat zelfs niet vernederd wil worden. Ik betrachtte de onverschilligheid. Er bestaat immers geen middenweg tussen de moeder en de hoer. Mijn lijf, het danst, of het slaapt.
Ook hij, die nacht na nacht het bed met me deelde, zocht nog zelden toenadering. Nadat ik zijn kind had gebaard, had hij zijn interesse in mij verloren. Het kind kwam tussen ons in te staan, een welkome derde, een afleidingsmanoeuvre, een excuus voor ons ingeslapen huwelijk. Geen van ons voelde de noodzaak weer dieper te graven, aan te steken, te vergeven. Het was te laat. We nestelden ons in de onzin, in het stilzwijgen, in het gemak. Elk woord was al duizendmaal verkondigd, elke zelfanalyse uitentreuren uitgesmeerd, elke gelaatsuitdrukking een déjà-vu. Onze lichamen, terreinen waarvan de kaarten open op tafel lagen, geen vergrootglas meer nodig, geen nood aan een kompas. Elke vierkante meter was reeds veroverd, verorberd. Ik kende de weg van zijn vingers, ik had de haren op zijn borst honderd maal geteld, ik voelde zijn geslacht nog amper. Het had me zo vaak bezocht, het was tot het mijne verworden.
There's something wrong here, there can be no denying
One of us is changing, or maybe we've stopped trying
And it's too late, baby, now it's too late
Though we really did try to make it
Something inside has died and I can't hide
And I just can't fake it
(It’s too late – Carole King)
(kopie van een notitie uit januari 2007)
Labels:
amour,
memories,
mixed emotions,
roman,
souvenirs,
zielsverwanten
Spannend en stabiel
'Ik woon met mijn dochter Deva in Londen en ga in het weekend naar Vincent in Parijs. Soms gaan we met zijn drieën naar ons huis in Rome. We hebben twee gescheiden werelden, met verschillende vrienden. Ik ben onafhankelijk, hij ook. Dat is voor mij de enige mogelijke manier om een relatie spannend en stabiel te houden.'
(Monica Bellucci in De Morgen magazine)
(Monica Bellucci in De Morgen magazine)
maandag 25 januari 2010
Bezit
"Het is als man gewoonweg onmogelijk om voor lange tijd mee te gaan in een driehoeksrelatie. Je wilt de vrouw van wie je houdt voor jezelf. Je wilt niét delen. En hoe meer duidelijk wordt dat dat niet zal kunnen, hoe groter de obsessie wordt om de vrouw helemaal te bezitten. Ik heb de indruk dat vrouwen dat aspect te weinig aanvoelen, dat ze te weinig inzicht hebben in de bezitsdrang van de mannelijke psyche. En ik denk dat mannen en vrouwen niet meer van elkaar kunnen verschillen dan op het vlak van bezit. Maar dat is vaak ook een teken dat de relatie op zich niet goed zit, dat je weet: ik ga die kwijtraken. Ik ben pas kunnen loskomen uit die obsessie op het moment dat ik alles had gedaan om Haar voor mezelf te winnen. En merkte dat dat, in tegenstelling tot wat ik mezelf wijsgemaakt had, niet zou lukken. Het was erg verscheurend. Een rede die zegt: zij zijn beiden gelukkiger samen, ik mag hen niet uit elkaar trekken. En een gevoel dat langs alle kanten uitschreeuwt: ZIJ IS VAN MIJ, en zij die dat bevestigt."
(was getekend: Een Man).
(was getekend: Een Man).
zondag 24 januari 2010
Ondraaglijk
"Voor mij beantwoordt Bent absoluut aan het romantische cliché van de lijdende kunstenaar. Alleen heeft hij een bijzonder goed ontwikkeld gevoel voor humor, en dat behoedt hem er volgens mij voor om weg te zinken in dat getormenteerde. Door die humor kan hij met al die gevoelens - van de woede om een mislukking tot het extreme geluk van een overwinning - extreem goed omgaan. Maar ik vind dus wel dat hij lijdt. Bent is extreem gevoelig. Extreem gevoelig, hé. Hij heeft zoveel passie, dat is gewoon niet makkelijk om te dragen. Ik prijs me gelukkig dat ik niet zo'n extreme passie in me voel."
"Ik vind het zeer spannend om met Bent samen te leven, en voor hem is het ook leuk om iemand te hebben die minder piekert dan hij. Er hangt toch vaak een grijze wolk boven zijn hoofd. Twee mensen die niet denken, dat is een disaster, maar twee mensen die alléén maar denken, dat lijkt me evenzeer een disaster."
(Martena Duss over Bent Van Looy, in Humo)
"Ik vind het zeer spannend om met Bent samen te leven, en voor hem is het ook leuk om iemand te hebben die minder piekert dan hij. Er hangt toch vaak een grijze wolk boven zijn hoofd. Twee mensen die niet denken, dat is een disaster, maar twee mensen die alléén maar denken, dat lijkt me evenzeer een disaster."
(Martena Duss over Bent Van Looy, in Humo)
Labels:
amour,
citaten,
knipsels,
mixed emotions,
privédomein,
sensitiviteitjes,
zielsverwanten
donderdag 21 januari 2010
Zeer
De kracht die het hart beschermt tegen letsel, is de kracht die het belet te groeien naar de innerlijke grootheid waartoe het bestemd is.
(Kahlil Gibran)
(Kahlil Gibran)
Labels:
amour,
citaten,
privédomein,
sensitiviteitjes,
zielsverwanten
woensdag 20 januari 2010
Schemer
Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.
(Willem Elsschot)
(Willem Elsschot)
Labels:
citaten,
nachtgedachten,
privédomein,
zielsverwanten
vrijdag 15 januari 2010
Bestand.
Omdat je niet bestand bent. Omdat je niet wil knielen voor de waarheid. Dat wie de aanblik veinst van ijs en ijzer, ook zijn smeltpunt kent. Een achillespees die blijft knagen. Een eksteroog dat kniest. Een guilty pleasure. Much guiltier than all the ones before. Ontwaakt men ooit uit een droom die nooit werkelijkheid kan worden?
Labels:
amour,
mixed emotions,
nachtgedachten,
notities,
privédomein,
zielsverwanten
Fata Morgana
"i have made love before. but it's easy to let go of the boundaries between sex and love when bodies collide. especially when blessed and cursed with the ability to see options before they become obvious. i see people for who they could be. but that often leaves me trying to make love to a ghost of the future. a sexual fata morgana that leaves me confused yet temporarily pleased. time to take a step back and watch the sand become sand again."
(uit een notitie van Murielle Scherre - far too recognizable)
(uit een notitie van Murielle Scherre - far too recognizable)
Labels:
citaten,
memories,
mixed emotions,
zielsverwanten
woensdag 13 januari 2010
Was will das Weib
"Ook ik heb, zoals alle vrouwen van mijn leeftijd, minstens een enkele liefde gekend die vooral pijn deed. Juist omdat deze liefde me zo kapot maakte, dacht ik dat ze echt was. Echte hartstocht en ware passie moesten mij, madame Bovary indachtig, helemaal verteren. Alleen als ik van de liefde bijna zou sterven, alleen als ik bijna dood zou gaan van liefdesverdriet, konden mijn gevoelens authentiek zijn. Intussen hebben het leven en de echte liefde me het tegendeel geleerd.
Maar ik zie vrouwen bij wie dit niet doordringt. Of die de knop niet omgeschakeld krijgen, om welke redenen dan ook. Zij blijven almaar op de onmogelijke mannen vallen. En zij blijven de pijn die deze mannen veroorzaken, als een bewijs van ware liefde interpreteren. Die vanbinnen voelt dit archetype vrouwen zich heilig. Ze offeren zich op voor het hogere doel dat hun man, hun liefde is. Hun lijden is hun manier van leven geworden. De rechtvaardiging van hun bestaan. Neem hun pijn weg, en er blijft niet veel meer van hen over."
(Els Dottermans in De Morgen Zeno, 09/01/2009)
Maar ik zie vrouwen bij wie dit niet doordringt. Of die de knop niet omgeschakeld krijgen, om welke redenen dan ook. Zij blijven almaar op de onmogelijke mannen vallen. En zij blijven de pijn die deze mannen veroorzaken, als een bewijs van ware liefde interpreteren. Die vanbinnen voelt dit archetype vrouwen zich heilig. Ze offeren zich op voor het hogere doel dat hun man, hun liefde is. Hun lijden is hun manier van leven geworden. De rechtvaardiging van hun bestaan. Neem hun pijn weg, en er blijft niet veel meer van hen over."
(Els Dottermans in De Morgen Zeno, 09/01/2009)
vrijdag 8 januari 2010
zondag 20 december 2009
Ovaaltjes
"Obsessie kan ontstaan in de persoonlijke worsteling met lust, verliefdheid en gemis of verlies van liefde, en doet zich vaak op die manier voor, maar heeft daar als mechanisme op zich niets mee te maken, denk ik. Ik zie het zo: onze intelligentie en ons leervermogen stellen ons in staat om een flink stuk van de hardware van onze bovenkamer al doende in elkaar te knutselen. Je soldeert op die manier datgene waar je intensief mee bezig bent vast in je hersenen. Dat biedt ongekende voordelen ten opzichte van minder ontwikkelde diersoorten, maar houdt ook risico's in.
Collectief luchtfietsen in een illusoire wereld bijvoorbeeld. Alle idealistische, religieuze en plat commerciële indoctrinatiesystemen zijn daar volgens mij flagrante voorbeelden van. Individueel je brein ovaaltjes laten rijden op het liefdesspoor naar het groot geluk in Bommelskonten behoort ook tot de onuitputtelijke reeks vluchtwegen weg uit een werkelijkheid die je niet wil of kan aanvaarden.
Obsessie is je met de dynamische hardwiring van je brein ergens in verloren rijden en daar rondjes blijven draaien. Een soort gecultiveerd autisme.
Goeroes en gestalkte dames zijn allebei een kapstok waar een ander zijn obsessiviteit aan vasthaakt. De ene gewild, de andere ongewild. En zoals met alles en zelfs dat is volgens mij ook in dezen geen grenslijn te vinden tussen zwart en wit of goed en kwaad, en is timing en dosering ook hier weer het echte verschil tussen remedie en kwaal.
In mildere en voldoende rationeel en emotioneel gecontroleerde vorm, in sociaal aanvaarde gedaantes, en geënt op reële talenten, levert "obsessiviteit" een enorme meerwaarde aan gedreven mensen, heiligen, kampioenen, activisten, trouwe partners, artiesten, ..."
(P. Vandenberghe)
Collectief luchtfietsen in een illusoire wereld bijvoorbeeld. Alle idealistische, religieuze en plat commerciële indoctrinatiesystemen zijn daar volgens mij flagrante voorbeelden van. Individueel je brein ovaaltjes laten rijden op het liefdesspoor naar het groot geluk in Bommelskonten behoort ook tot de onuitputtelijke reeks vluchtwegen weg uit een werkelijkheid die je niet wil of kan aanvaarden.
Obsessie is je met de dynamische hardwiring van je brein ergens in verloren rijden en daar rondjes blijven draaien. Een soort gecultiveerd autisme.
Goeroes en gestalkte dames zijn allebei een kapstok waar een ander zijn obsessiviteit aan vasthaakt. De ene gewild, de andere ongewild. En zoals met alles en zelfs dat is volgens mij ook in dezen geen grenslijn te vinden tussen zwart en wit of goed en kwaad, en is timing en dosering ook hier weer het echte verschil tussen remedie en kwaal.
In mildere en voldoende rationeel en emotioneel gecontroleerde vorm, in sociaal aanvaarde gedaantes, en geënt op reële talenten, levert "obsessiviteit" een enorme meerwaarde aan gedreven mensen, heiligen, kampioenen, activisten, trouwe partners, artiesten, ..."
(P. Vandenberghe)
Labels:
citaten,
nachtgedachten,
notities,
privédomein,
zielsverwanten
vrijdag 18 december 2009
Vlucht
Wat is verliefdheid anders dan een vluchtstrook, een toevluchtsoord? Dan een plek buiten onszelf waar we onze pijn en onze dromen te rusten kunnen leggen?
Of ook: een schijnbare oplossing voor een schier onoplosbaar probleem: de fundamentele eenzaamheid.
(vluchtige bedenkingen terwijl zij ruziet met de escapist in zichzelf)
Of ook: een schijnbare oplossing voor een schier onoplosbaar probleem: de fundamentele eenzaamheid.
(vluchtige bedenkingen terwijl zij ruziet met de escapist in zichzelf)
Labels:
amour,
mixed emotions,
privédomein,
souvenirs,
zielsverwanten
donderdag 17 december 2009
Les mots du moment II
sinister - meticuleus - pandoering - wemelen - gerstenat - valreep - plantrekkerij - virulent - vief - dwaalgast - flaneur - ogentroost - grossieren - zieltogen - wezenstrek - halfbestaan - leprechaun - flauwiteiten - hoofdbrekens - doublure - klapwieken - sikkeneurig - ontraadseling - onttakeling - droomgestalte - zielkunde - schier - krakkemikkig - kennelijk - vergetelheid - desolaat - bosschages - schemerig - erbarmelijk - temeier - drinkebroer - esbattement - loslippig - vinnig - antidotum - escapisme - interbellum - billenkar - kwakzalver - moustache - herberg - krijgsgevangene - kousenvoeten
Labels:
feuilles volantes,
les mots du moment,
notities,
prullaria,
taal
donderdag 10 december 2009
Onmogelijk
Niets zo onmogelijk als onmogelijke mensen die niet van zichzelf weten hoe onmogelijk ze zijn.
Labels:
amour,
bedroom blues,
ls,
mixed emotions,
nachtgedachten,
notities,
privédomein,
prullaria,
trivialiteiten,
zielsverwanten
woensdag 9 december 2009
IJdel
"Uit eerdere romans (bijvoorbeeld het strakker gehouden Dood meisje) kennen we al Proveniers voorkeur voor borderliners. De bedaagde intellectueel vindt het prettig wanneer dit type vrouwen zich aan hem vastklampen. Zelfs als dat betekent dat hij daardoor óók labieler gedrag begint te vertonen. Op borderliners kan de ijdele Provenier zijn docerende, instruerende neigingen botvieren.""Ik heb zo lang ik mij kan herinneren geleefd in een staat van verliefdheid. Geen gemoedstoestand maar een wezenstrek van mijn karakter. Duurzaam verliefd, de invulling kan wisselen, er zijn ook overlappingen geweest, vier of vijf geliefden tegelijk geen probleem, ongeveer zoveel als er gaspitten op een fornuis zitten, je kunt het best verschillende potjes op het vuur houden. Zoals een andere hartsvriendin die uit mijn leven verdwenen is, het eens formuleerde tijdens haar derde huwelijk: ‘Mijn hart is groot genoeg voor meerdere liefdes.’ Alleen zó pleeg je geen verraad, wat in onze jonge jaren zijn de mogelijkheden onbeperkt, we dragen allemaal meerdere levens in onze koker. Stel je voor dat Cupido slechts één pijl ter beschikking had gestaan! Ik moet er niet aan denken."
De tien wetten van de liefde
1 Niet verliefd worden.
2 Nooit de fout begaan in de ander te zien wie jíj erin wilt zien.
3 Nooit denken jezelf in de ander terug te zien: wat je ziet ben je zelf.
4 Niet jezelf verraden door omwille van de geliefde dingen doen of zeggen die je anders nooit gedaan of gezegd zou hebben.
5 Nooit denken dat de andere partij een statische, onveranderlijke figuur is met stabiele sentimenten. Verliefdheid is een dynamisch proces. De zogenaamde liefde is niet onveranderlijk of eeuwig herhaalbaar, zoals de geslachtsdaad.
6 Vrouwen die niet willen of niet kunnen eten c.q. koken, zijn niet sensueel.
7 Altijd voor ogen houden dat degene die het meest van de ander houdt het onderspit zal delven. Volgens de informatietheorie is de zogenaamde liefde nooit recht evenredig: het is altijd een one up/one down-verhouding.
8 Wie zijn jeugdliefde trouw blijft, is zichzelf ontrouw.
9 Geen rancune koesteren omdat er niets is uitgekomen wat er niet in zat.
10 Liefde bestaat niet. Het is een geloof -- wie gode behaagt, ontsnapt eraan.
(over & uit 'Siciliaanse Vespers' van Geerten Meijsing: http://achillevandenbranden.blogspot.com/2009/03/siciliaanse-vespers-geerten-meijsing.html)
Limitatief
En toen kreeg hij 'Liefde duurt drie jaar' van haar. Een cynisch-realistisch toekomstperspectief? Of is liefde niet-limitatief?"Er werd ons vaak verteld dat na verloop van enige tijd de hartstocht ‘iets anders’ wordt, duurzamers en mooiers; dat dat ‘andere’ Liefde is met een grote L, een weliswaar minder opwindend, maar ook minder onvolwassen gevoel. Ik wil er geen doekjes om winden: dat ‘andere’ zal me aan mijn reet roesten, en als dat ‘andere’ Liefde is, dan laat ik de Liefde graag over aan de luien, de moedelozen, aan de ‘volwassen’ lieden die zich onkwetsbaar hebben gemaakt in hun emotionele gemakzucht. Mijn liefde is liefde met een kleine l maar neemt een hoge vlucht; ze duurt niet zo lang, maar zolang ze er is, kan ik er op zijn minst niet omheen. Hun ‘iets anders’ waarin ze de liefde graag zouden veranderen, heeft veel weg van een theorie die ze hebben bedacht om met weinig tevreden te kunnen zijn, en om zichzelf gerust te stellen met de kreet dat je nu eenmaal moet roeien met de riemen die je hebt. Ze doen me denken aan de afgunstigen die de portieren van de dure auto’s bekrassen omdat ze zelf niet het geld hebben om er een aan te schaffen."
http://achillevandenbranden.blogspot.com/2009/09/liefde-duurt-drie-jaar-frederic.html
(mooi, herkenbaar zinnetje uit deze recensie: "Er is een duistere kant in mijn persoonlijkheid die de onttakeling van de liefde namelijk een belangrijk project vindt.")
dinsdag 8 december 2009
Uitgesloten
"1965, ik ben drieëntwintig. Het was de eerste keer dat ik 'echt' van een vrouw hield. Het leek me uitgesloten dat ik ooit nog van het leven zou genieten zonder dat mijn geslacht vaak in het hare was. Toch vreeën we op een dag voor het laatst. Tegenwoordig herinner ik me vooral haar blik. Heel nauwkeurig. Van mijn genot bij haar weet ik niets meer." (uit 'Jeanne' van Edmond Baudoin)(beeld uit 'Corpus Song' van Baudoin)
zondag 6 december 2009
Nachtzoen
Labels:
amour,
Aquarel,
bedroom blues,
mixed emotions,
nachtgedachten,
privédomein,
tekeningen
zaterdag 28 november 2009
De laatste
“Hij wist drommels goed dat zij de laatste was geweest met wie hij een intieme verstandhouding had gekend, met wie hij orgasmen had beleefd. Die dingen zouden nooit meer terugkomen. Hij nam het haar allerminst kwalijk, maar Lily had hem voor verdere belevenissen van dien aard ongeschikt gemaakt. Beter zou hij nooit meer krijgen; slechter had hij het nooit gehad.”
(uit 'Dood Meisje' van Geerten Meijsing)
(uit 'Dood Meisje' van Geerten Meijsing)
Labels:
amour,
citaten,
knipsels,
literatuur,
notities,
privédomein,
sensitiviteitjes,
souvenirs,
zielsverwanten
woensdag 25 november 2009
Werelden
"Ik ben er inmiddels in geslaagd de pathetische zinnen van dit cahier niet langer hardop verder te denken op straat, in kroegen, zelfs niet in de intimiteit van een bed. Ne mélangeons plus les mondes. (Hoe minder wereld ginder, hoe meer wereld hier?)" (pag. 783)
"Concentratie is afzondering, toespitsing, focussen. Dagdromen is een punt van aandacht vinden buiten de vanzelfsprekende wereld. Misschien is een gedicht, misschien is kunst niets anders dan een brandpunt vinden buiten de gegeven realiteit, met het oog op het maken van een mogelijke wereld. Kunst als virtuele werkelijkheid?" (pag. 783)
"En ik voelde je (H. de Coninck) plotseling naast ons lopen in de gedichten die ik vorig jaar hier schreef, hier, op dezelfde plek waar jij ons twee jaar geleden bezocht. Hoe ouder wij worden, hoe minder telbaar ze lijken, de jaren, hoe onduidelijker ze samenkomen in de hechte knoop van vlees en verzen die wij zijn geworden. Die fysieke gewaarwording bevestigt nogmaals - hoe pathetisch dat ook moge klinken - dat voor een kunstenaar zijn eigen kunst en de geliefde kunst van anderen de hoogste vorm van werkelijkheid zijn. Dat fanatisme pakt niemand hem af." (pag. 784)
(uit 'Dagboek van een dichter', Leonard Nolens)
"Concentratie is afzondering, toespitsing, focussen. Dagdromen is een punt van aandacht vinden buiten de vanzelfsprekende wereld. Misschien is een gedicht, misschien is kunst niets anders dan een brandpunt vinden buiten de gegeven realiteit, met het oog op het maken van een mogelijke wereld. Kunst als virtuele werkelijkheid?" (pag. 783)
"En ik voelde je (H. de Coninck) plotseling naast ons lopen in de gedichten die ik vorig jaar hier schreef, hier, op dezelfde plek waar jij ons twee jaar geleden bezocht. Hoe ouder wij worden, hoe minder telbaar ze lijken, de jaren, hoe onduidelijker ze samenkomen in de hechte knoop van vlees en verzen die wij zijn geworden. Die fysieke gewaarwording bevestigt nogmaals - hoe pathetisch dat ook moge klinken - dat voor een kunstenaar zijn eigen kunst en de geliefde kunst van anderen de hoogste vorm van werkelijkheid zijn. Dat fanatisme pakt niemand hem af." (pag. 784)
(uit 'Dagboek van een dichter', Leonard Nolens)
dinsdag 24 november 2009
Gemeen(d)
De dichter en de vrouwen...
Zijn vrouw Leen:
"Nu stop ik en pak ik een pint. Zij haat dat. Zij haat dat ik weer naar de keuken ga en een pint pak. Zij zegt: 'Zuigeling. Zuigeling. Jij bent een zuigeling van vijftig.'"
Een niet onbelangrijke passante:
"De vrouw die eind februari en de hele maand maart was ingebroken in je leven, de vrouw met wie je zes weken lang halfdronken door België, Nederland en Duitsland bent getrokken, haar heb je toen geen plaats kunnen geven in het ondoorgrondelijke scenario van je toekomst. Zij was de vreemde, de jonge dievegge die op een ochtend om vier uur in een eivolle kroeg je hand vastnam en beweerde dat zij van je hield. En die ook meende wat ze zei. En die je dronken lichaam over zich heen trok om haar wanhoop toe te dekken, haar zielenpijn te verdoven met de pijn van een ander, ja, zoals men zich slaat om een schrijnende wond het zwijgen op te leggen.
Voel jij je nu, achteraf, gebruikt? Ja. Maar dat wilde je toch? Het was immers de eerste keer dat een mens je zonder boe of bah liet zien dat zij je nodig had, acuut. Dat vleide je, jij die je zo vaak in dit leven te veel hebt gevoeld, nutteloos, overtollig, telluris inutile pondus. Je was de stomme pleister op haar leed, en dat beviel je. Je was bereidwillig en welkom gereedschap in de chaotische huishouding van haar eenzame bestaan. En misschien ben je dat nog, al heb je je fysiek uit haar zwerversleven teruggetrokken. Want zei ze niet, wel honderd keer, dat zij altijd van je zou houden, ook al zou ze je nooit meer zien? Alle mannen die zij heeft gekend hebben een plaats gekregen in haar hoge, lichte kamers, alle mannen zitten daar dagelijks mee aan tafel, met al haar verdwenen minnaars gaat zij dagelijks naar bed."
(uit 'Dagboek van een dichter', Leonard Nolens)
Zijn vrouw Leen:
"Nu stop ik en pak ik een pint. Zij haat dat. Zij haat dat ik weer naar de keuken ga en een pint pak. Zij zegt: 'Zuigeling. Zuigeling. Jij bent een zuigeling van vijftig.'"
Een niet onbelangrijke passante:
"De vrouw die eind februari en de hele maand maart was ingebroken in je leven, de vrouw met wie je zes weken lang halfdronken door België, Nederland en Duitsland bent getrokken, haar heb je toen geen plaats kunnen geven in het ondoorgrondelijke scenario van je toekomst. Zij was de vreemde, de jonge dievegge die op een ochtend om vier uur in een eivolle kroeg je hand vastnam en beweerde dat zij van je hield. En die ook meende wat ze zei. En die je dronken lichaam over zich heen trok om haar wanhoop toe te dekken, haar zielenpijn te verdoven met de pijn van een ander, ja, zoals men zich slaat om een schrijnende wond het zwijgen op te leggen.
Voel jij je nu, achteraf, gebruikt? Ja. Maar dat wilde je toch? Het was immers de eerste keer dat een mens je zonder boe of bah liet zien dat zij je nodig had, acuut. Dat vleide je, jij die je zo vaak in dit leven te veel hebt gevoeld, nutteloos, overtollig, telluris inutile pondus. Je was de stomme pleister op haar leed, en dat beviel je. Je was bereidwillig en welkom gereedschap in de chaotische huishouding van haar eenzame bestaan. En misschien ben je dat nog, al heb je je fysiek uit haar zwerversleven teruggetrokken. Want zei ze niet, wel honderd keer, dat zij altijd van je zou houden, ook al zou ze je nooit meer zien? Alle mannen die zij heeft gekend hebben een plaats gekregen in haar hoge, lichte kamers, alle mannen zitten daar dagelijks mee aan tafel, met al haar verdwenen minnaars gaat zij dagelijks naar bed."
(uit 'Dagboek van een dichter', Leonard Nolens)
Labels:
amour,
citaten,
knipsels,
mixed emotions,
zielsverwanten
maandag 23 november 2009
maandag 16 november 2009
Mixed emotions I
"Love easily confuses us
because it is always in flux
between illusion and substance,
between memory and wish,
between contentment and need."
(Tom Robbins)
Labels:
amour,
Aquarel,
citaten,
le corps,
memories,
mixed emotions,
nachtgedachten,
schilderingen,
zielsverwanten
zondag 15 november 2009
vrijdag 13 november 2009
Abonneren op:
Posts (Atom)


















