Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen

maandag 24 oktober 2011

Water en brood

je bent mijn huis
ik heb jou uitgewoond

van krakende scharnieren
tot afgebladderde verf

en tussen de scherven
zoeken wij ons geluk
van asem die andermans asem wordt
en taal die niet meer weet
wiens tong men spreekt

schuifelend breekt een dag aan
en weer weten wij niet
of het vandaag licht wordt
of donker

(AAA, 24 okt 2011, 05u30)

dinsdag 4 oktober 2011

Een gastvrij soort onverschilligheid

'Voor mij hoeft de liefde niet meer te zijn dan een gastvrij soort onverschilligheid, een plek, een huis, een tuin, zijn buik wanneer hij slaapt of ligt te lezen, waar ik achter hagen of muren, of in de zachte kom tussen zijn ribbenkast en bekken beschutting vind tegen de gelijktijdigheid van alles en iedereen. Plaatsen, kortom, waar ik me mag ontdoen van de opgelegde hoogmoed voortdurend mezelf te zijn.'

(uit 'Gestameld liedboek', Erwin Mortier)

maandag 28 maart 2011

maandag 14 juni 2010

De Lege Plek

"Er was alleen de hoedanigheid van het meebewegen naar de hoogst menselijke ervaring. (...) Je kan zonder iemands opdracht een algehele kalmte betreden door gedrag. Je kan zonder iemand er iets van te vertellen, doorgroeien naar een ingedaald lichaamsbewegen, een gestueel verfijnen van een gesmaakt wegraken, op naar die nutte onnutte manier van zijn. (...) Het lege vertrek, de ruimte vrijhouden, die afgezonderdheid waarin het zich kan voordoen, dat is doordrongen zijn.(...) Het gaat erom de geest van tekenen in je tekenruimte uit te nodigen zodat je in staat bent te handelen naar diens natuurlijke ritmes, haar wetmatigheid. Die gehoorzaamheid aan groeien in "al-één-zijn" bevrijdt. Doe de grendel op, minder de verwarming zo je voeling krijgt met die stookplaats in je buik en teken vanuit dat onderkomen. Zo'n diep-gevoed binnengaan, de kluizenaarsuitstapjes naar je open woonterrein, zorgen ervoor dat maatschappij, cultuur en sociale verwachtingen onbelangrijk voor je worden. (...) Gewoon stil in de dag zijn, is er niet meer bij. Een met de planten weten dat de stilte niet stil is, maar een weldadig bad bemiddelende kracht tussen sterrenplasma en de energiek kalme verandering in je lichaamshouding, leidt tot een steeds verdere terugtrekking in het onbedoelde. Teken onbedoeld.(...) De rest stelt altijd weer teleur. Zo'n vloerkleed tekeningen, die oude witgekalkte bakstenen muren, dat licht... dat is waarlijk genoeg. Hier ademt een bijtijds stoppen. Na enkele jaren afzondering leg je die mensenkunst te vondeling. Dat afgeschermd zijn van anderen heeft de tijd terug teniet gedaan. Onteigend van alle voorwerk ervaar je de nooit verlaten kloostertuin. Bij de varens beweegt nog steeds die nauwelijks merkbare melodie en uit de mond van de tekening inkt haar heldere, wijdse kalmte..." (Luc Minne)

woensdag 12 mei 2010

Liefde!

If thou must love me, let it be for nought
Except for love’s sake only. Do not say
“I love her for her smile—her look—her way
Of speaking gently,—for a trick of thought
That falls in well with mine, and certes brought
A sense of pleasant ease on such a day”—
For these things in themselves, Belovèd, may
Be changed, or change for thee,—and love, so wrought,
May be unwrought so. Neither love me for
Thine own dear pity’s wiping my cheeks dry,—
A creature might forget to weep, who bore
Thy comfort long, and lose thy love thereby!
But love me for love’s sake, that evermore
Thou mayst love on, through love’s eternity.

591. Sonnets from the Portuguese XIV, Elizabeth Barrett Browning (1806–1861)

maandag 10 mei 2010

De Plek

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,
thuis opstappen,
maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.

Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.

(Herman De Coninck)

maandag 15 maart 2010

Helaas zij


Parelwitte vingers
liggen benig
gevouwen

Hout is alles
wat haar
nu omhult

Van de liefde
rest in rust
niets meer

Veel weet ik
van wat zij is
geweest

Maar helaas
had ik
geen verweer


(Le Coq sur mer, 15 maart des middags)

vrijdag 12 maart 2010

1001 sentimenten

Vinger voor vinger
strijken over de kat
en kijken in je ogen
die kwijlen van liefde

Jouw hartenklop tegen
de mijne en ik wist niet
dat zoveel warmte
hierna nog bestond

En de ochtendlucht, de lente
de zieke moeder
die haar klamme hand
in de mijne legt

En de klok die tikt
tegenwijzerzin
alsof de wereld plots
andersom draait

En alles wat wij
denken te weten
over het leven
is slechts reiken

(vluggertje, 12 maart 2010, 18u35, bedstee en hergeboorte)

dinsdag 9 februari 2010

Few men

'I know of nothing comparable with them in English literature - know nothing that is so unselfish, so longing, so adoring - nothing that is so mad, so pitiful, so utterly weak and wretched. John Keats was a great genius, but he had not one particle of common-sense - for himself. Few men of genius ever do have.... Why, a boy might have told Keats that the way to woo and win a woman was not to bare his heart before her, as he did before Fanny Brawne, and not to let her know, as he did, that he was her captive. If he had had the least glimmer of common-sense, he never would have surrendered at discretion.'
(RH Stoddard on the publication of Keats's love letters to Fanny Brawne, April 1878)

(notitie na een weekend verdiepen in de biografie van John Keats)

vrijdag 23 oktober 2009

Minnaar

Van je eerste tot je laatste lichaam,
liefste, laat mij al de minnaars zijn.
Eerst de jonge danser, zacht en eenzaam,
die je speeksel zoekt en drinkt als wijn.

Later de gevreesde die zijn mieren
jaagt van hoer tot hoer, tot onze schade.
Soms de sterke met verstilde spieren,
hemelsbreed van blijdschap en genade.

Laatst de vader die het zaad zal dragen
van je vrucht de vruchteloze pijn,
en aan al je lichamen zal vragen:
liefste, laat mij de geliefde zijn.



(Vijfde gedicht voor Maria Magdalena - Paul Snoek)