donderdag 20 augustus 2009

Levenslangleesverlanglijst

Ik heb er al ettelijke gemaakt en ze blijven steeds verloren gaan. Overal verstrooid over notitieboekjes en vliegende blaadjes. Daarom dus deze lijst, op het net, steeds aanpasbaar, onuitwisbaar. En open voor veel suggesties (maar liefst niet zoveel dat ik er een tweede leven moet aanbreien...). Sterretjes komen er achteraan na de lectuur.

Op de stapel:
* 'Still Life With Woodpecker' Tom Robbins

* 'Brief aan mijn vader' Franz Kafka
* 'Shantaram' Gregory David Roberts
* 'A short history of nearly everything' Bill Bryson

* 'Griffin and Sabine: An Extraordinary Correspondence' Nick Bantock
* 'De Volder in stukken'
* 'Eckhart nu. Tien visies op Meister Eckhart' Oek de Jong
* 'Inwijding' Elisabeth Haich
* ' De mens en zijn symbolen' & C.G. Jung
* 'Verborgen dynamiek van familiebanden' Bert Hellinger
* 'Een minuut stilte' Siegfried Lenz
* 'Huid en haar' Arnon Grünberg
* 'Sneeuwstorm en amandelgeur' Camilla Läckberg
* 'Oplevingen van het denken: over de menselijke emoties' Martha Nussbaum
* 'Wetenschap & spiritualiteit' Rupert Sheldrake en Matthew Fox
* 'Les manipulateurs et l' amour' Isabelle Nazare-Aga
* 'Sprakeloos' Tom Lanoye
* 'De verboden beelden' Paul Nougé
* 'Seksuele obsessies - surrealistische scéances 1928-32'
* 'Duivelinnen en demonen' Jules Amédée & Barbey d' Aurevilly
* 'De oorlog beu' Françoise Sagan*
* 'Siciliaanse vespers' Geerten Meijsing
* 'Het model' Edmond Baudoin
* 'Gisteren' Agotha Kristof
* 'Nude men' Amanda Filipacchi
* 'Love creeps' Amanda Filipacchi
* 'Een verlangen naar ontroostbaarheid' Patricia De Martelaere
* 'Littekens' Patricia De Martelaere
* 'Wat blijft' Patricia De Martelaere
* 'Varieties of disturbance' Lydia Davis
* Groot verseboek 2000' André P. Brink
* 'Middlesex' Jeffrey Eugenides
* 'Cocaïne' Pitigrilli
* 'Jaloezie' Pitigrilli
* 'Tussen mes en keel' Geerten Meijsing
* 'Ten liefde' Ronald Giphart
* 'Hij en ik' Alberto Moravia
* 'De droomster van Oostende' Eric-Emmanuel Schmitt
* 'Oscar en oma Rozerood' Eric-Emmanuel Schmitt
* 'Het kleine meisje van mijnheer Lihn' Philippe Claudel
* 'De eenzaamheid van de priemgetallen' Paolo Giordano
* 'Het hoogsensitieve kind' Elaine N. Aron
* 'Gerechtigheid' Stieg Larsson
* 'De zwarte zwaan - de impact van het hoogst waarschijnlijke' Nassim Nicholas Taleb
* 'De gravin van Parma' Sándor Márai
* 'Sartre en de Beauvoir in een twijfelaar'
* 'De dove muzikant' Anneke Lucas
* 'De verleider' Jan Kjaerstad
* 'Edith' Stefan Zweig
* 'Runaway' Alice Munro
* 'Lachwekkende Liefdes' Milan Kundera
* 'De vulkaanminnaar' Susan Sontag
* 'Mijn beter ik' Renate Rubinstein
* 'Varieties of disturbance' Lydia Davis
* 'Freedom from the known' Krishnamurti
* 'In gesprek over het einde van de tijd' Krishnamurti en David Bohm
* 'A brief history of everything' Ken Wilber

* 'The book on the taboo against knowing who you are' Alan Watts
* 'When love comes as a gift' Paul Ferrini
* ...

Verorberd:
* 'In stilte' Myriam van Biemen ***
* 'Beminnen als beroep' Roos Bachelier **
* 'Monogaam' Marek van der Jagt ****
* 'Voluit leven met hooggevoeligheid' Susan Marletta-Hart *
* 'Mannen die vrouwen haten' Stieg Larsson **
* 'De duivelsdriehoek' Carolien Roodvoets **
* 'Het monsterverbond' Carolien Roodvoets **
* 'Labyrinth of desire' Rosemary Sullivan ****
* 'Dood meisje' Geerten Meijsing ****
* 'Jeanne' Edmond Baudoin ****
* 'Liefde duurt drie jaar' Frédéric Beigbeder ***
* 'De borderline-dans' Anthony Walker **
* 'Gek van liefde: als liefde een obsessie wordt' Wilfried Van Craen ****
* 'De kunst van het beminnen' Blanca Van den Brand ***
* 'Het verborgen weefsel' Stefan Hertmans *****
* 'Dagboek van een dichter' Leonard Nolens *****
* 'De vrouw die met vuur speelde' Stieg Larsson **
* 'Art. 285b' Christiaan Weijts ***
* 'Destructieve relaties op de schop: psychopathie herkennen en hanteren' Jan Storms ****
* 'Bekentenissen van een minnares' Milla Fonteyne **
* 'Het Ritsloze nummer' Erica Jong ***
* 'De kracht van het nu' Eckhart Tolle *****
* 'Te vroeg oud, te laat wijs' Gordon Livingston *****
* 'Leren lief te hebben' Gordon Livingston ****
* 'Lessen in levenskunst' Wilfried van Craen **
* 'Vergroot je emotionele energie' Mira Kirshenbaum **
* 'Meditatie' Deltas - Aquarius **
* 'Een nieuwe aarde' Eckhart Tolle *****
* 'Het drama van het begaafde kind' Alice Miller ***
* 'Wat we van monniken kunnen leren' Notker Wolf **
* 'Taoïsme' Patricia De Martelaere ****
* 'Gedachten in beeld' Marie-Thérèse Lips ***
* 'Het zesde zintuig' Hazel Courteney ***
* 'Vrouwen op zoek naar het spirituele' Anne Bancroft ***
* 'Zen voor leken' Henk Coelman ***
* 'Heer en meester, een liefdesverklaring', Edith Ringnalda **
* 'Acanthus: voor gelukkige koppels of zij die het willen worden' Reinold Vallinga *
* 'Verhalen uit het lustenkabinet' La maîtresse du Pirate **
* 'The five people you want to meet in heaven' Mitch Albom *
* 'Vrijages' Pia Fraus ****
* 'Narcisme: psychoanalytische beschouwingen' Heuves & Nicolai **
* 'Met de hand' Mels Van Driel ****
* 'Jummie! Het ware leven van een adoptieprinses' Pam Emmerik ***
* 'De Alchemist' Paulo Coelho *
* 'Hoogsensitieve personen in de liefde' Elaine N. Aron ****

vrijdag 14 augustus 2009

The mystery

"When the mystery of the connection goes, love goes. It's that simple. This suggests that it isn't love that is so important to us but the mystery itself. The love connection may be merely a device to put us in contact with the mystery, and we long for love to last so that the ecstacy of being near the mystery will last. It is contrary to the nature of mystery to stand still. Yet it's always there, somewhere, a world on the other side of the mirror (or the Camel pack), a promise in the next pair of eyes that smile at us. We glimpse it when we stand still. The romance of new love, the romance of solitude, the romance of objecthood, the romance of ancient pyramids and distant stars are means of making contact with the mystery. When it comes to perpetuating it, however, I got no advice. But I can and will remind you of two of the most important facts I know: 1. Everything is part of it. 2. It's never too late to have a happy childhood." — Tom Robbins (Still Life with Woodpecker)

http://www.goodreads.com/quotes/show/64555

woensdag 1 juli 2009

Spell


Nooit gedacht
dat zij de druppel
zou zijn en wij
de hete plaat.

vrijdag 26 juni 2009

Wauw

HUMO Is dat het moeilijkste aan leven: een goed mens proberen te zijn?
Yasmine « Dat, en geconfronteerd worden met al die trieste, gekwetste mensen die er op deze bol rondlopen - en dat zijn er enorm veel. Ik ben erg gevoelig voor het leed van anderen. Ik merk het meteen, en ik pak het zelf binnen. Ik ga mee de dieperik in. Omdat ik het zo erg vind voor die ander, én omdat ik me ermee identificeer. Geen idee waar dat vandaan komt, dat heb ik altijd gehad.»

HUMO Wat verzoent je desalniettemin met dit bestaan?
Yasmine « Dat ik in staat ben om passie te voelen, in de breedste zin van het woord. Als ik mijn vrouw zie of prachtige muziek hoor, dan geeft me dat een heel sterk wauw-gevoel. Dan word ik opgeslokt door een immense roze wolk en laat ik me heerlijk meedrijven. Oké, ik klink weer melig, maar zo voelt het.

http://www.humo.be/tws/humo-files/18017/yasmine-overleden.html

vrijdag 19 juni 2009

Love I do not have, nothing I am


Naakt in bed, ik tracht te lezen,
de ochtendzon verblindt mijn blik
verbleekt mijn bleke huid.
Een nieuwe vlam ontsteekt,
gefnuikt verlangen
dat desondanks ontbrandt.
Er is iets goeds aan sterven:
de heropstanding.
En in mijn hoofd speelt
steeds dat lied...
If with the tongues of men I speak,
and of angels,
Love I do not have,
I have become a gong resounding or cymbal clanging.
And if I have the gift of prophecy,
and know mysteries all,
faith mountains move,
Love I do not have, nothing I am.
Love is generous, virtuous,
Love does not envy, boast, not proud is.
All she protects, all she trusts, all she hopes, all she perseveres.

woensdag 17 juni 2009

Nuits blanches



Witte nachten vol weifeling. En ik
word stilaan waanzinnig. Nooit
geweten dat dit ook liefde kon heten:
de bijl opnemen en je eigen hand
afhakken.

dinsdag 16 juni 2009

Het gevecht met de kenau



Haren worden uitgerukt,
hete tranen geweend.
Wat het meest deugd doet,
kan het meest zeer doen.

zaterdag 13 juni 2009

Wat me te doen staat

Is de navelstreng doorknippen.
Helaas
ontbreekt mij heden de kracht
om de schaar te hanteren.




woensdag 27 mei 2009

Voelsprieten

Uit de monografie van Fons Daelman: "Kunstenaars worden terecht eigenzinnig genoemd. Ze geven een eigen zin aan de uiting van hun gevoelens. Hun antennes zijn nauwkeuriger gericht en zuiverder afgesteld. Zij absorberen subtieler. Ze zijn meer gegrepen, geboeid en ontroerd door wat zijn ervaren en beleven."

Helaas is dit alles geen voordeel in deze hoogst cynische tijden.

woensdag 20 mei 2009

L'idylle


donderdag 23 april 2009

Het verborgen weefsel



Versmolten oogleden. Hoofd afgewend. Bekken opduwend.

Weerloos naakt. In zijn aanwezigheid.

woensdag 15 april 2009

Geaard



Stillborn she was. Already residing in another world before birth.

dinsdag 24 maart 2009

Scrabble

Woorden met hoge waarde die passeerden en bleven kleven op mijn tong/aan mijn oren/in mijn hoofd:

indolent - beduimeld - exuberant - ezelarij - virulent - joyeux - in situ - erotomanie - feeëriek - winterzonnewende - ingetogen - vulkanisch - fideel - autarkisch - geborneerd - onereus - beuzelarijen - criant - badineren - succulent - fabuleren - onttakeling - va-et-vient - calamiteiten - mindset - quidam - yuf - zambo - zanten - zanter - zeeg - zeikstraal - zeiksnor - zenit - inteelt - weelde - schaarste

Ze worden geheid één van mijn schrijfsels binnengesluisd binnenkort, willens nillens!

dinsdag 17 maart 2009

Kalme Chaos



Kalme chaos van wolken terwijl de zee
ongenadig raast. Tegenwind ligt ze.

maandag 9 maart 2009

Ik ben overspelig van nature

Le tango est une pensée triste qui se danse.
*
'Niet het schrijven is moeilijk,' zegt ze tegen de man in de stampvolle kroeg, 'maar het verlangen weerstaan om te schrijven als je niets te zeggen hebt. In die uren is de radeloosheid niet te verdragen.'
*
'Ik zou,' zegt ze tegen Hans, 'ten onder gaan aan het bedrieglijk aandringen van verlangen, als ik alleen was. Ik ben bij jou om mezelf te beschermen tegen mezelf. Dat is onaanvaardbaar; ik schuif jou de verantwoordelijkheid toe voor de rust in mijn leven. Als jij er niet zou zijn, zou ik ten onder gaan; als je er wel bent, verlang ik naar een leven in eenzaamheid. Ik lees te veel, luister te veel naar muziek, ik verlang te veel en te ongericht.'
*
Je kunt anderen geen inzichten bijbrengen die bij een oudere leeftijd horen. Iedereen betaalt bewustzijn als hij of zij aan de beurt is, nooit eerder.
*
Ik bén overspelig, denkt ze, zelfs als ik geen minnaar heb; ik ben overspelig van nature. Ik overweeg elke dag hoe het zou zijn niet in mijn eigen leven te leven.
*
De dagen waarop ze ziek is, komt er een vreemde helderheid over haar. Alsof het leven haar een opdracht geeft, die ze moet vervullen. Het is alsof haar eigen lichaam haar een straf oplegt die ze heeft verdiend. Het bonzen van haar hart, de koorts, de vlagen van misselijkheid, de moeizame ademhaling en de migraine.
*
De zwakste mensen zijn de afgunstigen; zij die zich verbijten omdat een ander vreugde kent die ze zelf hadden gewild. Ze richten ook het meeste onheil aan - niet zozeer door de verdachtmakingen die ze verspreiden om hun afgunst met redenen te omkleden, als wel door het stiekeme medelijden met zichzelf. Zo stichten ze overal verwarring, want hun emoties slepen anderen mee. Wanneer ze erin slagen de benijde medemens schade toe te brengen, schamen ze zich om hun heimelijke vreugde, zodat ze zich nu medelevend moeten tonen om hun genot aan het oog te onttrekken. Zo schommelt de afgunstige heen en weer, tussen verachting van de anderen en van zichzelf.
*
Niet de wil bepaalt het talent, maar de gevoeligheid. Dat dacht ze, ze wist dat het eigenlijk andersom moest, maar ze was weer in een sentimentele bui.
*
Ze zegt dat ze behoefte heeft aan alleen zijn, dat ze niet deugt voor het samenwonen, dat ze eigenlijk een gehuwde celibatair is, dat haar leven een vergissing is, dat hij haar beklemt, dat dat dat.
*
Ze leest ook hun brieven over en vreest dat de ban eigenlijk al gebroken is door de bekentenis; wat moet volgen is de banaliteit van de omhelzing, waarnaar ze hunkert.
*
Een soort koorts houdt hen beiden wakker 's nachts, maar dat weten ze amper van elkaar.
*
Ze voelt zich nog steeds uitgeput en gekneusd, overal waar hij haar heeft gekust, omhelsd, omkneld, gebeten, genomen. (...) Haar lichaam lijkt afgesloten voor elk ander gevoel dan dit nagloeien. Wat had het al die tijd tevoren gedaan? Domweg voor zichzelf verdergeleefd, terwijl zij ergens met epistolaire vleugels boven de wereld zweefde? Dat men op haar leeftijd nog zo kan worden meegesleept, ongelovig schudt ze het hoofd.
*
Dat was het hardste aan verlangen: dat ze iets zo onzichtbaars en toch alles innemends met zich droeg, en dat ze de vermoeidheid die het opleverde, koesterde als een onzinnige, die een ten dode opgeschreven mens kust en hem een lang en een gezond leven wenst.
*
Er zijn lange periodes waarin ze geen woord kan schrijven; alsof haar innerlijk dan potdicht zit. Het zijn goede periodes, vindt ze, het maakt haar sterk en rustig. Ze voelt zich dan eindelijk weer een normaal mens, bevrijd van de kwellingen en de chicanes die het schrijven telkens weer losmaakt in haar. Maar na een tijd begint het te knagen dat ze niets zinnigs uitricht, dat het huishoudelijke werk, dat dagenlang bevrijdend heeft aangevoeld, een sisyfusarbeid is, dat er niets van overblijft, en dat alles wat ze leest zich in haar opstapelt zonder dat er een ventiel is om er de geestelijke overdruk uit te laten. Ze voelt zich dan als een soort teek die bloed opzuigt en zwelt, en die na een paar weken op springen staat.
*
Misschien is de passie van een onmogelijke liefde altijd de voorbereiding op de eenzaamheid. Wie twee liefdes heeft, eindigt vaak alleen.
*
Het dagboek als geklets van een schuldige ziel. Schuldig aan mezelf, aan de wereld, aan het mijn mond niet kunnen houden, aan de overmaat van emotionele energie waaruit alle narigheid voortkomt.
*
Haar man kwam thuis. Welkom, zei ze, en ze meende het, uit de grond van haar hart. Welkom thuis. Ik ben twee mensen, liefste, en geen van beiden is mij. (...) Regenstrepen tegen de lage ochtendzon. Een regenboog. Kermis in de hel. Ik bedrieg mijn minnaar met mijn man.
*
Dat ze ooit in de dwaze illusie is kunnen trappen dat men het diepste, het beste van zichzelf onvoorwaardelijk zou kunnen delen, wat een stommiteit. (...) Ontrouw, schrijft ze in haar dagboek, ontrouw, adem van mijn leven.
*
Een passie is een explosie van mogelijkheden tussen twee mensen die niet voor elkaar zijn bestemd, en wier levens elkaar een tijdlang pijnlijk diep raken.
*
Weken kan ze verlangen naar het alleenzijn, het de anderen kwalijk nemen wanneer dat niet lukt, ze wordt ongelukkig van gepraat, van nabijheid; ze verstikt in de saaiheid van het alledaags kabbelen van het leven, ze verfoeit de regelmaat, de gebondenheid, het samenwonen. Ze pruilt en verzet zich, ze trekt tegen als een kledingstuk dat plakt en scheurt, ze is nors en ze koestert rancunes, het is duister om haar heen met de zon in huis.
*
Ik ben nooit een moeder geweest; ik ben een kind met een kind.
*
Ze heeft geen talent voor eenvoudig geluk. Het gedoemd zijn om te knoeien, het lot van iemand die zichzelf noodgedwongen schendt, haar drang om te willen weten wat niet te weten valt.

(uit 'Het Verborgen Weefsel' van Stefan Hertmans)

zaterdag 28 februari 2009

Les mots du moment

Het leven is voornamelijk routine. Zo ook het talige leven. Als men beroepsgewijs dag in dag uit niets anders doet dan teksten 'kakken' (excuse le mot), sluipt daar al eens wat herhaling in. Ik betrap mezelf erop steeds dezelfde woorden binnen te willen sluizen, in om het even welke tekst. Het zijn mijn woorden van het moment. Ik kan ze niet meer zien of ruiken, maar ze schieten me steeds weer te binnen en dwingen zichzelf op het witte scherm. Ik braak ze hier uit in de hoop dat ze ophouden in mijn hoofd te spoken:

immer - allicht - blik - lekker - heerlijk - bedstee - vermeien - instant - rencontre - adagium - de donkerste krochten der ziel - teerbeminde - omfloerst - minnespel - met graagte - goesting - sikkeneurig - zeemzoet - witz - lekkernijtje - het wijvenrijk - het mannendom - aardkloot - pimpen - slinks - (wel)haast - timide - geil/heil - prikkeling - toentertijd - heden ten dage - beneveld - zemelarijen - bezondigen - weelderig - totterdood - 't spelleke van pleysier...

Schrijf me je liefde ~ Over geletterde liefde en liefde in letters

In de recente ‘Sex and the City’-film leest Carrie voor uit een boek met liefdesbrieven van bekende auteurs. Het boek bleek fictief te zijn, maar er gingen er zoveel nieuwsgierige fans naar op zoek dat schrandere marketinghaantjes hun kans schoon zagen. Ze lieten een boek samenstellen met daarin de gesmaakte love letters van o.a. Beethoven, Mozart, Lord Byron, Gustave Flaubert en Oscar Wilde. Een commerciële stunt (want het boekje heeft minder om het lijf dan vergelijkbare compilaties), maar het zegt veel over hoe de romantiek van ouderwetse liefdesbrieven nog steeds tot onze verbeelding spreekt. Een wandeling langs geletterde liefde en de waanzin van liefde gestold in woorden.

Bezit u hem nog? De eerste liefdesbrief die u kreeg, zorgvuldig ergens op zolder bewaard in een mooie doos? Of de eerste liefdesbrief die u schreef aan die knappe jongeling uit de hogere klas, en die je na veel aarzelen toch maar niet verstuurde? De prikkeling die we toentertijd ervoeren, de tijd die we namen om onze jeugdige zielenroerselen op te schrijven en de spannende wachttijd tussen het verzenden en ontvangen van een wederwoord, worden door de hedendaagse snelle communicatiekanalen grotendeels gefnuikt. Liefdesbetuigingen worden in haastige sms-berichten gegoten (‘luv u 2’), een status op Facebook verraadt de status van het hart en de lyrics van geposte YouTube-songs fungeren als hedendaagse Romeo & Julia-serenade. E-mails bieden wat meer ademruimte voor verliefd gekonkelfoes, maar blijven doorgaans evenzeer vluchtig en vlot verteerbaar. En op datingsites allerhande maken de don juans van dienst het al te bont. Zonder enige gêne worden een hele resem sujets d’amour bestookt met identiek dezelfde doorwrochte (sic) amoureuze bespiegelingen. Amateurpoëzie van de bovenste plank, maar zo inwisselbaar als de pest. Geen denken aan dat je voor de bijl gaat als blijkt dat je vriendin net dezelfde doortrapte complimentjes kreeg toegeworpen.

Vergeef me mijn waanzin
We hebben het afgeleerd: het gelijktijdig laten vloeien van inkt en minnekoorts. Hoe jammer. Het hart dat een bokkensprongetje maakt bij het legen van de brievenbus, het openen van de envelop met trillende handen, de geur van de brief waaraan je je kunt laven: het zijn allemaal sensaties die we tegenwoordig ontberen. Tortelduifjes uit vervlogen tijden namen node wel hun toevlucht tot pen en papier. Thuisblijvende jonge vrouwen schreven in oorlogstijd love letters naar hun geliefden aan het front. Het duurde soms maanden voor hun geduld werd beloond met een verlossend antwoord, maar tegelijkertijd zorgden de afstand en de onzekerheid voor een intensifiëring van het verlangen. Het is het soort wachten dat wij - door de alomtegenwoordigheid van communicatiemogelijkheden - niet meer kennen.
Ook grote literatoren uit de geschiedenis bedreven vaak passionele briefwisselingen. Jean-Paul Sartre bijvoorbeeld, die er naast zijn vaste levenspartner Simone De Beauvoir een hele resem minnaressen op nahield (soms zeven tegelijk), schreef honderden ‘billets doux’ naar de enige vrouw waarvoor hij de Beauvoir misschien had willen inruilen: Lena Zonina, een flamboyante roodharige tolk en (en hoogstwaarschijnlijk ook KGB-agente) die hem bijstond tijdens zijn verblijven in de Sovjetunie. Elke dag pende Sartre, die sowieso bekend staat om zijn enorme productiviteit, voor zijn Russische schone tientallen pagina’s vol.
Een aantal jaar geleden werd op een veiling een recordbedrag neergeteld voor een erotische brief van de Ierse schrijver James Joyce, geschreven aan zijn vrouw Nora Barnacle, toen hij voor het eerst sinds vijf jaar zonder haar in Dublin verbleef. In de brief noemt hij zijn vrouw onder meer ‘een hoer met een wilde blik’ en refereert hij aan zijn ‘ontembare lust’. Voor iemand als Joyce was een dergelijke uitspatting des te opmerkelijker omdat hij naar verluidt een hekel had aan obscene taal. De hitsige brief eindigt allicht daarom met de schuldbewuste zin: “Hemel vergeef me mijn waanzin, Jim.”
Van Portugals grootse, maar wereldschuwe dichter Fernando Pessoa zouden we niet onmiddellijk verwachten dat hij zich bezondigde aan het plegen van melige minnebrieven. Zijn correspondentie met Ofélia Queiroz, die hij leerde kennen via zijn neef, is de neerslag van de enige, ambivalente poging tot het aangaan van een liefdesrelatie die hij in zijn leven heeft ondernomen. De brieven, opgesteld in een pseudo-kinderlijk taaltje, zijn niet meteen ’s mans grootste literaire prestatie en hadden ook niet het verhoopte effect. Pessoa beëindigde de verkering (die op zich al niet veel voorstelde gezien de strenge zeden van die tijd), keerde terug naar de veilige haven van de literatuur en liet het lastige leven voor wat het was.

Liefdesuitbraaksels met een postzegel
Deze uitschuivers van zowel Pessoa als Joyce zeggen natuurlijk heel wat over de literaire waarde van liefdesbrieven. Immers, waarom verliest Joyce plots zijn goede manieren als hij tijdelijk is verwijderd van zijn teerbeminde? Hoe komt het dat een meester als Pessoa verglijdt in een triviaal en infantiel brabbeltaaltje als hij een brief aan zijn geliefde schrijft? Doeshka Meijsing zegt hierover in haar tekst ‘In godsnaam geen liefdesbrief’: “De nagelaten liefdesbrieven van grote schrijvers vallen ofwel ten prooi aan de grote weduwen- en weduwnaarsvuren, of ze hebben het gehalte van de telefoongesprekken van de Prins van Wales. De uitzondering op de regel vormen Flauberts liefdesbrieven aan Louise Colet. Over het algemeen moet literatuur het niet hebben van liefdesuitbraaksels met een postzegel.”
Blijkbaar vervallen ook grote schrijvers in het cliché als ze beneveld zijn door de chemie van de liefde. Weinigen hebben met hun lettres d’amour grootse literatuur afgeleverd. Er is ontzettend veel zeemzoeterigheid gemoeid met amoureus geschrijf, ook met dat van ieder van ons. Verliefdheid verdooft, verdwaast, werkt een zekere lamlendigheid van de geest in de hand. Schrijven wanneer je mentale landschap te woelig is, wanneer de ander loopt te ijsberen in je hoofd, is verraderlijk. Eenmaal de overgave is aangebroken, verlies je al snel een zekere scherpzinnigheid.
De meeste liefdesbrieven getuigen dan ook van een haast gênant vitalisme, moeilijk te begrijpen door degenen die zich niet in een staat van verliefdheid bevinden. Net zoals we niet begrijpen waarom een vriendin zo lyrisch doet over die arrogante, en niet bepaald knappe kantoorchef waar ze haar geheime middagen mee doorbrengt. Verliefde zielen bevinden zich in een ander, parallel universum, in een paarlemoeren wereld overgoten met een waas van sensuele spanning. Overal en tot in het absurde toe ontdekken ze zaken (liedjes, boeken, gebeurtenissen) die gelinkt zijn aan het object van hun liefde. De wereld staat bol van niet zo toevallige toevalligheden. Hun ontembare levenslust en het ophemelen van de geliefde, die een uitweg vinden in liefdesbrieven, komt op een nuchtere ziel over als regelrechte gekte.
Liefdesbrieven zullen dan ook zelden het hart van een onwetende geadresseerde zomaar voor zich winnen. De mierzoete zemelarijen appelleren slechts aan het hart dat reeds veroverd was. Voor iemand die niet verliefd is, zijn het lege woorden. Vaak, jaren later, als de liefde reeds is bekoeld, en je de brieven herleest die je hebt geschreven of die je zijn toegestuurd, betrap je jezelf op plaatsvervangende schaamte. Wat je ooit optilde tot ongekende hoogten, klinkt nu hol en is zelfs lachwekkend.

Balsem voor de verliefde ziel
Toch is een pleidooi voor de heropwaardering van de liefdesbrief op zijn plaats, naar aanleiding van een hoogdag van de liefde als Valentijn. Als u vandaag in de pen kruipt, maakt u daarmee misschien iemand intens gelukkig. Immers, niets is zo balsemend voor de verliefde ziel als het lezen van een brief vol lof en pikanterieën van degene die je hart gestolen heeft. Veel tastbaarder dan een email of een sms’je, is een brief die je kunt lezen en herlezen, die je bij je kunt dragen en koesteren, die je kunt bewaren tot je ze op bejaarde leeftijd herleest met een meewarige glimlach. Om het bedenkelijke literaire niveau hoeft u zich niet te bekommeren. Want zelfs de grootste literatoren bezondigden zich in het heetst van hun minnekoorts aan het neerpennen van een beschamende draak. Het is zoals Pessoa ooit schreef: ‘Liefdesbrieven zijn altijd belachelijk, behalve voor degene voor wie ze bedoeld zijn.’ Hij voegde er echter aan toe: ‘Maar wie nog nooit liefdesbrieven schreef, die is pas belachelijk.’

(verschenen in De Morgen - Wax op 14/02/2009)

maandag 16 februari 2009

Les belles dames sans merci









vrijdag 30 januari 2009

L'amour conjugué

Smet
het is voorjaar, het is avond
er waait een kille wind
door de kamer

hij drijft een wig
tussen de naakten
de lakens rillen

als een listige janus ligt hij
tussen hen in, een fabeldier
dat waakt tussen de slapen

ze wil strijken door zijn haren
maar hij kijkt haar aan, nalatig
met ogen van glas

(Rafaela, 2005)


Maar nu:
Onze wollige cocon. Maagdelijke liefde. Gebroken.
Door het barstje sijpelt nu de ander. Soms.
Een schoonheidsvlek die de schoonheid net in de verf zet.

Of nog, Leonard Nolens:

3. (uit de vijfdelige reeks 'De Derde')

Er moet een ander zijn die morrelt aan de deur
Een man die met zijn vreemde sleutel binnenvalt,
Een hond die 's nachts tussen ons in komt te staan
Om je te plagen met zijn mes van vlees, zijn geur

Van whisky, leer, tabak. Hij koestert in zijn vacht
Een zon die jou verschroeit. We kunnen hem aan.
Hij is de dief die de gevangenis van onze liefde

Platloopt met zijn elegante poten, en dan gaat,

Ons achterlaat met zijn stank en geblaf, zijn pijn
Van ons. Maar elke winter komt hij weer, hij praat
Je om met zijn brutale bek, zijn lastige brieven
Die ons in leven houden. Er moet een ander zijn.

zaterdag 24 januari 2009

C'est moi


Een bovenmodale levensdrift.
Als tegengif: een tegenstribbelend lichaam.
Of: een tegenstribbelend lichaam.
Als tegengif: een bovenmodale levensdrift.